CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

  

ARCHIEF CD-RECENSIES APRIL 2010

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

LYNN MILES “Black Flowers Volume 1-2” - ALEX HARGREAVES “Prelude” - CITIZEN K “More Citizen K – A Bit Further Up North” - JULIAN DAWSON “Live” - RAINRAVENS “Rattle These Walls (Live At The Rockpalast Crossroads-Festival)” - JUSTIN CURRIE “The Great War” - ANAÏS MITCHELL “Hadestown” - SLIM CESSNA’S AUTO CLUB “Buried Behind The Barn” - SILJE HRAFA “Two Weeks, Two Months, Two Years” - PO’ GIRL “Follow Your Bliss” - RUTH MINNIKIN AND HER BANDWAGON “Depend On This” - KIM RICHEY “Wreck Your Wheels” - JILL JACK “Songwriter Sessions” - EMIT BLOCH “Dictaphones Vol. 1” - TEXAS SAPPHIRES “As He Wanders…” - OTIS GIBBS “Joe Hill’s Ashes” - THE .357 STRING BAND “Lightning From The North” - JW ROY “Weet Het Zeker…” - ERIC BRACE & LAST TRAIN HOME “Six Songs” - MARK ERELLI “Little Vigils” - KATY MOFFATT “Fewer Things” - TIM GRIMM “Farm Songs” - VARIOUS ARTISTS “East Nashville Vol. 3 – More Music From The Other Side” - JOSH GEFFIN “Josh Geffin” - JENEE HALSTEAD “Hallow Bones”

 

 

LYNN MILES “Black Flowers Volume 1-2” (True North)

(4****)

Prima idee, dit! Mogen van ons best wat meer singer-songwriters doen. De Canadese Lynn Miles is op “Black Flowers Volume 1-2” opnieuw in de weer met al wat ouder materiaal. Ze kiest daarbij voor een erg sobere aanpak. Een mondharmonica, wat gitaar of wat piano en that’s it. En het moet gezegd, dat die “back to basics”-benadering haar songs eigenlijk alleen maar ten goede komt. Meer dan ooit komt de fluwelen stem van Miles daardoor immers centraal te staan. En dat gegeven an sich al verleent aan de eerste beide volumes van “Black Flowers” een ontzettend warm karakter. Dit is luistermuziek op z’n puurst! Het lijkt voortdurend alsof de Canadese ergens nog ruim binnen handbereik haar ding voor je zit te doen. En hoe! Dingen als “All I Ever Wanted” van haar in 1991 in eigen beheer uitgebrachte album “Chalk This One Up To The Moon”, “Last Night” en “I Always Told You The Truth” van “Slightly Haunted” uit ’96, “Map Of My Heart” en “Rust” van “Night In A Strange Town” uit ’98 en nog een vijftiental andere liedjes, voornamelijk afkomstig van haar CD’s “Unravel” uit 2001 en “Love Sweet Love” uit 2005, doen je nu al reikhalzend uitkijken naar een als alles volgens plan verloopt eind dit jaar te verschijnen derde volume in deze reeks. Eerst komt er echter nog een andere nieuwe plaat van Miles. “Fall For Beauty” staat in de steigers voor september.

Lynn Miles

True North Records

 

ALEX HARGREAVES “Prelude” (Adventure Music America)

(2**)

“Prelude” is het solodebuut van de amper zeventien jaar oude fiddlevirtuoos Alex Hargreaves. Die wordt op dat door mandolinefenomeen Mike Marshall geproduceerde schijfje verder ondermeer ook nog bijgestaan door Paul Kowert op bas, Grant Gordy op gitaar en speciale gasten Béla Fleck en Noam Pikelny op banjo. Het resultaat is een negen songs tellende instrumentale folk-jazztrip, waar je als muzikant vanuit je eigen passie wellicht heel erg geïnteresseerd zal naar luisteren, maar die ons maar bitter weinig deed. Wij zijn niet meteen gediend met dit soort van “kunst om de kunst”. Iemand die goed is op zijn instrument mag ons dat te allen tijde graag komen bewijzen, maar dan wel ergens “ten dienste van het liedje”. Maar goed, da’s onze mening natuurlijk. Anderen zullen hier wellicht anders over denken. David “Dawg” Grisman was alvast zó laaiend enthousiast, dat hij Hargreaves prompt een geweldige toekomst toedichtte. “He’s destined to be one of the fiddle giants of the 21st century,” aldus de beste man. Misschien moest u hier dus maar gewoon even zelf naar gaan luisteren en er u een eigen mening over vormen. Wij zullen het u absoluut niet kwalijk nemen, als die blijkt af te wijken van de onze. Maar die is en blijft ondertussen wel wat ze is.

Alex Hargreaves

Sonic Rendezvous

 

CITIZEN K “More Citizen K – A Bit Further Up North” (Paraply Records)

(3,5****)

Het debuut van de in een waas van geheimzinnigheid gehulde Citizen K bleek al een bijzonder aangename verrassing en dat is ook deze opvolger daarvan weer. “”Meet Citizen K” is like nothing you’ve ever heard before, and at the same time, it’s like everything you’ve ever heard – Ever…,” lazen we over die vorige en precies dat gevoel bekroop ons ook weer naar aanleiding van “More Citizen K”. Klas Qvist toont zich ook hier immers weer een ware grootmeester in het concipiëren en brengen van instant-herkenbare en met wolken van melodieën gezegende popdeunen. Zo herinnerde hij ons in “Badfinger” tegelijk aan The Divine Comedy en Keane en klinken in “City Of Dreams” nogal wat welgekomen sixties-invloeden door. Daarnaast covert hij met verve Justin Haywards “Driftwood” en Dennis Wilsons “Barbara”. Allemaal even fraai gedaan! En het enige wat je hier dan ook op zou kunnen aanmerken, is dat vier liedjes véél en véél te weinig is. Hier wil je immers gewoon meer van horen, véél meer zelfs…

Citizen K op MySpace

Paraply Records

 

JULIAN DAWSON “Live” (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4****)

Julian Dawsons laatste studioplaat, het in Nashville met Dan Penn ingeblikte “Deep Rain”, was een echte voltreffer van formaat en dat is ook deze in zekere zin daaraan vastgeknoopte live-CD. Dawson week bij het promoten van “Deep Rain” van zijn gebruikelijke modus operandi af. Waar hij de jongste jaren normaliter nog vrijwel uitsluitend in zijn eentje of geflankeerd door een tweede gitarist aantrad, verkoos hij ditmaal het werken met een heuse begeleidingsgroep. Naast zijn Duitse buddy Uli Kringler voor het bespelen van diverse gitaren mochten zo ook de ondermeer van zijn werk voor Chaka Khan bekende Amerikaanse bassist Fontaine Burnett en drummer David Mette mee op de planken. En dat ogenschijnlijk tot eenieders grote tevredenheid, want zowel Dawson zelve als zijn werkgever Blue Rose Records zagen het als een echte must om één van de shows voor het nageslacht te vereeuwigen. De keuze viel daarbij op het op 22 september 2008 in de Sinkkasten in Frankfurt am Main afgewerkte optreden. En bij het beluisteren en bekijken van “Live” kunnen we best begrijpen waarom. Verspreid over twee CD’s trakteren Dawson en zijn begeleiders ons daarop op twintig songs: dingen als “Deep Rain”, “That’s Why God Made Saturday Night”, “Girl Friday”, “Keys To The Kingdom Of Love”, “Barbed Wire Fence”, “Walking On The Dead”, “Long Days And Short Nights” en “I’m Coming Home (Sweet Home)” van zijn laatste CD en ook een stel klassiekers op zijn repertoire, als daar zijn ondermeer “We’ve Been Through Fire”, “Uneasy Rider”, “How Come You Love Me”, “How Can I Sleep Without You” en “Luckiest Man In The Western World”. Op het nodige enthousiasme onthaald door zo goed als alle aanwezigen geeft Dawson zich daarin helemaal. Heerlijk doorleefd en bij momenten ook aardig soulvol laat hij horen momenteel zo’n beetje in de vorm van zijn leven te verkeren. En als je daar dan nog bij optelt, dat hij met Kringler echt een uitzonderlijk goede gitarist als rechterhand heeft, dan weet je het zo onderhand wel. Overigens biedt “Live” naast de twee hoger al vermelde CD’s ook nog een DVD. En daarop vind je met “Perfect World”, ook al afkomstig van “Deep Rain”, zelfs nog één nummer meer terug. We zouden zeggen: “Doe er vooral je voordeel mee!”

Julian Dawson

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

RAINRAVENS “Rattle These Walls (Live At The Rockpalast Crossroads-Festival)”

(Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Ik liet me onlangs in een gesprek met een bevriende liefhebber van Americana en aanverwante genres nogal positief uit over de huidige politiek van het Duitse Blue Rose Records. Hij van zijn kant vond het allemaal nogal naar geldklopperij ruiken. Dat “plaatje maken, tourneetje afwerken, daar weer een plaatje van maken” was toch allemaal je reinste zakkenvullerij, meende hij. Maar dat is natuurlijk niet zo. Akkoord, als je, zoals labelbaas Edgar Heckmann, van je passie je beroep maakt, dan moet er ook wel iets aan verdiend zijn om het enigszins leefbaar te houden. Maar als je het enkel en alleen om de centen zou doen, zou je dan je kopers telkens weer zo royaal bevoorraden als hij dat doet? Niet toch? Enfin, wij zijn er wel voor te vinden, voor die CD-DVD-combinaties van Heckmann en co, die het je toelaten om optredens opnieuw te beleven, hoe, waar en wanneer je maar wil. En in die optiek past ook deze bespreking van “Rattle These Walls” van de Rainravens. Het betreft daarbij een op 20 oktober 2007 tijdens het Rockpalast Crossroads-festival in de Harmonie in Bonn ingeblikt optreden, waarbij Andy Van Dyke en kompanen uiteraard nogal wat materiaal van hun verse worp “Garden Rocket” ten gehore brachten, maar evengoed songs als “Dead Horse”, Rainravens 115th Dream Or Welcome To Nashville”, “Last One Through The Door”, “Wandering Heart”, “Long Cold Summer”, “Put Your Hand On The Radio” en “Rose Of Jericho” van eerdere platen. Het resultaat is een bijzonder lekker weghappende, in totaal zestien songs tellende roots rock set, die nog maar eens onderlijnt, dat de Rainravens eigenlijk al lang een veel ruimer publiek verdienen. Er is de lekkere hese scheur van Van Dyke, er is het bij momenten best wel snedige, eigenlijk wat Youngiaans aandoende gitaarwerk van David Ducharme-Jones, er zijn de vele knappe composities… Wij zien niet meteen in, wat je daar nog veel aan toe zou moeten voegen. Genieten maar is hier volop de boodschap: hetzij gewoon van de muziek op CD, dan wel van de verzorgd geregistreerde beelden én de muziek middels de bijgesloten DVD. The choice is all yours!

Rainravens op MySpace

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

JUSTIN CURRIE “The Great War” (Rykodisc)

(3,5****)

Jarenlang was Justin Currie de stem en het gezicht van de Schotse hitgroep Del Amitri. Met fraaie melodieuze popliedjes als “Nothing Ever Happens”, “Move Away, Jimmy Blue”, “Be My Downfall”, “Driving With The Brakes On”, “Roll To Me” en “Always The Last One To Know” en daarbij horende albums als “Waking Hours”, “Change Everything”, “Twisted” en “Some Other Sucker’s Parade” deed hij ook hier te lande met enige regelmaat van zich spreken. Del Amitri waren graag geziene gasten, vooral dan omdat ze er op wonderlijke wijze in slaagden om hun Britse roots te koppelen aan een geluid dat nogal wat Amerikaanse rockelementen in zich mee droeg. En dat geldt eigenlijk best ook wel voor het solowerk van Currie. Ook op “The Great War”, de opvolger van “What Is Love For” uit 2007, vallen weer heel wat dingen te ontdekken, die zich indertijd al lieten aanwijzen in de schone muziekjes van Del Amitri. Currie toont zich nog steeds een echte meester in het beschrijven en oproepen van situaties en ook op muzikaal vlak blijft hij zoeken naar een brug tussen wat in de eigen heimat leeft en wat in de States in is. An sich verschilt wat hij hier in z’n eentje doet dus eigenlijk niet al té veel van z’n werk met Del Amitri. De voornamelijk door zijn zalige schuurpapieren stem op sleeptouw genomen ballades en halftragen zijn gebleven. Ten getuige daarvan noemen we bijvoorbeeld “You’ll Always Walk Alone”, “As Long As You Don’t Come Back”, “Baby, You Survived” en “The Fight To Be Human”. En ook de volop zomers aandoende, luidkeels om radioaandacht schreeuwende poprocksongs van weleer zijn nog steeds omnipresent. Onder die noemer vallen bijvoorbeeld het tegen een muur van rinkelende gitaarklanken neergelegde “A Man With Nothing To Do” en het bijzonder warmbloedig overkomende “At Home Inside Of Me”. Neen, wie ooit van Del Amitri hield, zal zich ook hier beslist geen buil aan vallen. Eigenlijk was Currie gewoon Del Amitri, zo lijkt het.

Justin Currie

Rykodisc

 

ANAÏS MITCHELL “Hadestown” (Righteous Babe Records)

(5*****)

In de aanloop naar haar nieuwe plaat liet Anaïs Mitchell optekenen, zichzelf in de eerste plaats als een schrijfster van songs te zien. Het vertolken daarvan vond ze zelf eerder op de tweede plaats komen. En “Hadestown” lijkt haar daar helemaal gelijk in te geven. Dat conceptalbum, een heuse folk-opera, vertaalt op bijzonder geslaagde wijze de oude Griekse mythe van Orpheus, die alles in het werk stelt om zijn wederhelft Eurydice uit de Onderwereld te redden, naar een post-apocalyptisch hier en nu, meer bepaald naar een onder de gevolgen van een economische depressie kreunend Amerika. Gedragen door de ambitieuze arrangementen van Michael Chorney en de al even geweldige productie van de ondermeer van zijn werk voor Ani DiFranco, Andrew Bird en Jenny Scheinman bekende Todd Sickafoose groeien de songs van Mitchell hier uit tot echte pareltjes. Zelf vertolkt ze in dit muzikale rollenspel de ongelukkige Eurydice. Justin Vernon, je wellicht beter bekend als Bon Iver, speelt Orpheus, folkicoon Greg Brown zorgt voor een bijzonder geslaagde versie van Hades, Ani DiFranco geeft het beste van zichzelf als diens vrouw Persephone, Ben Knox Miller kreeg een bijrolletje als de boodschapper Hermes en de Haden Sisters fungeren als schikgodinnen. Samen tekenen ze voor niks minder dan een heus meesterwerk. Folk op z’n verrassendst. Van redelijk conventioneel tot langs alle kanten rammelend en schokkend, bijna op z’n Tom Waits. En daarbij passeren quasi terloops een indrukwekkende veelheid aan gebruikelijke en minder gebruikelijke instrumenten de revue. Van akoestische en elektrische gitaren over bas, drums, tal van percussie-instrumenten, banjo, pedal steel, harmonica, accordeon, piano en harmonium tot viool, cello, trombone, trompet, vibrafoon, geluidstapes en zelfs een heus “glasorkest” toe. Niet enkel het concept en de benadering van de diverse personages blijken daardoor verrassend, maar ook de instrumentale invulling ervan. Wat ons betreft nu al één van dé gedoodverfde favorieten voor de titel van plaat van het jaar in de categorie folk. Groots zondermeer!

Anaïs Mitchell

Righteous Babe Records

 

SLIM CESSNA’S AUTO CLUB “Buried Behind The Barn” (Alternative Tentacles / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Dit is tegelijk nieuw en toch ook weer niet echt. Het betreft hier immers een verzameling in 2004 al eens als zwaar gelimiteerde worp van 200 exemplaren op CD-R aangeboden rariteiten van Slim Cessna’s Auto Club. Originele versies van songs die later in andere versies op Cessna-albums belandden en bijdragen aan compilaties allerhande. Even geschift als zo ongeveer alles wat we Cessna en cohorten al kenden dus en als dusdanig ook even van harte aanbevolen als al die andere platen. Zwaar alternatieve twang en hillbilly, rammelende folk, duivelse old-time gospel, een shot rockabilly, je kan het zo gek niet bedenken of Cessna, Munly Munly, Lord Dwight Pentacost, Danny Pants Grandbois, John Rumley en Ordy Garrison gebruiken het hier wel ergens om er je enkele minuten gegijzeld mee te houden. Flink neurotische hillbilly (“Cranston”) wordt afgewisseld met een kruisbestuiving van twang met rock & roll (“Port Authority Band”), alternatieve country (“Angel”), huiveringwekkende folk ‘n’ roll à la 16 Horsepower (“Thirteen Crimes”), jachtige alterna-grass (Shady Lane”), onheilszwangere Americana (“Jackson”, “Sister’s Husband”) en iets wat met wat goede wil onder de noemer roots rock mag worden gecatalogeerd (“Earthquake”). Een lekker gevarieerd geheel dus, dat, prettig gestoord als het is, staat voor een klein half uur aangenaam apart luistervoer.

Slim Cessna’s Auto Club

Alternative Tentacles

Sonic Rendezvous

 

SILJE HRAFA “Two Weeks, Two Months, Two Years” (Edvins / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

De opnames voor haar nieuwe cd liepen bepaald niet over een leien dakje voor de jonge Noorse zingende liedjesschrijfster Silje Hrafa. De daartoe aanvankelijk voorziene twee weken werden eerst al vlug twee maanden en vervolgens zelfs twee hele jaren. Nu ja, een titel voor die tweede plaat van ‘r hield ze er alvast wél aan over. En da’s toch al iets. Mooie plaat overigens, die opvolger van het al in 2004 verschenen “Vanilla Kiss”. Hrafa, die nergens onder stoelen of banken steekt de grote Dolly Parton als een soort van rolmodel te beschouwen, weet daarop net als haar voorbeeld heel mooi het midden te houden tussen commercieel verantwoord en rootsminnend. Ze stoeit met genres als (roots)pop, folk, country en bluegrass en laat daarbij een uit de kluiten gewassen voorliefde voor instrumenten als de banjo, de dobro, de fiddle en de mandoline bewonderen. Die instrumenten worden bespeeld door lokale virtuozen als een TorEgil Kreken, een Kjetil Steensnes en een Tarjei Nysted. En die doen stuk voor stuk een uitstekende job op hun instrumenten. Niets doet immers vermoeden, dat de muziek op “Two Weeks, Two Months, Two Years” in Noorwegen werd gemaakt en niet ergens in de States. Tegen die fraaie muzikale achtergrond gebruikt Silje Hrafa haar teksten om het te hebben over l’amour, (haar eigen) andersgeaardheid of gewoon het leven op zich. Slechts één keer gaat ze elders op zoek naar haar mosterd. Voor “Coat Of Many Colours” met name, dat ze uit het grote songbook van stichtend voorbeeld Parton scheurde. En daarvan levert ze een intens mooie versie af, die wat ons betreft rustig naast die van La Parton zelve mag. Fijn plaatje!

Silje Hrafa op MySpace

Sonic Rendezvous

 

PO’ GIRL “Follow Your Bliss” (Po’ Girl Music / Lucky Dice Music)

(4****)

Verkondigen dat je bij die van Po’ Girl doorgaans goed zit voor een pot superieure rootsmuziek is onderhand oud nieuws. En als we dat hier toch nog maar even doen, dan is dat gewoon om het nog maar eens lekker vet te onderstrepen. Ook met de opvolger van “Deer In The Night” laat het Canadese kwartet, dezer dagen bestaande uit Allison Russell, Awna Teixeira, Benny Sidelinger en Mikey “Lightning”August, zich weer niet zonder het nodige tegenspartelen in één enkel muzikaal hokje onderbrengen. Hun zelf tot “urban roots” gebombardeerde muziek flirt met genres als old-time folk, Americana, bluegrass, country, roots rock, jazz, blues, soul en andere en liefst van al nog met enkele daarvan tegelijk. En we hoeven je hier wellicht niet te vertellen, dat zulks bij momenten werkelijk sprankelende resultaten oplevert. Zo is het titelnummer bijvoorbeeld één van de allermooiste liedjes, die we dit jaar al te horen kregen. Soulvol blaaswerk, een bluesy gitaarmotiefje, elkaar op fantastische wijze aanvullende stemmen, het hele plaatje klopt daarin wonderwel. En dat is dan nog maar één van de vele juweeltjes hier. We moeten verder zeker ook nog de weemoedige countrysleper “Western Skies”, het als een ménage à trois tussen old-time string band music, soul en Americana opgevatte “Kathy”, het quasi op z’n Norah Jones jazz aan roots pop uithuwelijkende “Montana”, het flink op een bluesy groove leunende “When We Are In Love”, het met het fingerspitzengefühl van een volbloed-zigeunercollectiefje gebrachte “Maudite Guerre”, de misselijk makend mooie Americana-trage “To The Morning” en het over een ogenschijnlijk uit een Frans chanson weggelopen streepje accordeon, wat banjogetokkel en een klarinetbijdrage neergelegde “Fernanda”. Stuk voor stuk van uitzonderlijke klasse, die liedjes. Ze maken in onze ogen van Po’ Girl één van de beste roots acts van het moment überhaupt. En eentje met een zekere commerciële potentie overigens ook. Iets als het zomers vrolijke “As Long As We Go” kan immers zó op de playlist van DJ’s met een goed stel oren aan hun hoofd. En wie weet, wat er dan nog allemaal gebeuren kan…

Po’ Girl

Lucky Dice Music

 

RUTH MINNIKIN AND HER BANDWAGON “Depend On This” (SMM)

(2**)

Ruth Minnikins nieuwste valt nogal nadrukkelijk in twee helften uiteen. Het met haar Bandwagon opgenomen “Depend On This” telt in totaal twaalf liedjes. Het met wat blaaswerk opgesmukte “The Theme Song I” zou je nog het best kunnen omschrijven als licht psychedelische Americana pop. “Sleeping And Dreaming I” is vervolgens een herfstig streepje alt.folk met ook al popambities. “Four Churches I”, ook al met een geblazen bijdrage, dwaalt door hetzelfde straatje als het openingsnummer, “Depend On This I” twijfelt openlijk tussen folk, jazz en meer exotische muziekstijlen alvorens open te bloeien tot “pure roots pop for now people”, “Animals Of Bremen I” hikt op de banjo van broer Gabe weer wat meer richting old-time string band music en het toepasselijk getitelde afsluitertje “Finale I” is meer dan alleen maar een knipoog richting de sixties, al wordt ook daarin stilistisch gezien het geweer weer regelmatig van schouder veranderd. Allemaal songs met een I in de titel. Wat volgt zijn dezelfde songs, maar nu met een II erachter. En die klinken allemaal behoorlijk psychedelisch. Iets wat ook de speciaal ervoor geconcipieerde bonte hoeshelft vooraf al liet uitschijnen trouwens. Op veelal zweverig-dromerige wijze kwijten Minnikin en co zich opnieuw zes nummers lang van hun taak. Raken doet het ons echter plots allemaal niet meer. Wat speciaal had moeten zijn, ebt quasi onopgemerkt voorbij. De aandacht verslapt en doet ons alweer vurig verlangen naar iets anders. En dat kan toch absoluut niet de bedoeling geweest zijn. Jammer, maar helaas.

Ruth Minnikin & Her Bandwagon

CD Baby

 

KIM RICHEY “Wreck Your Wheels” (Lojinx)

(4****)

“Wreck Your Wheels” heet het nieuwe album van Kim Richey en het markeert een voorzichtige terugkeer richting haar Americana roots. Voor de opnames van haar zesde plaat tot op heden trok ze dan ook naar Nashville, om daar onder de bezielende productionele leiding van alleskunner Neilson Hubbard en geflankeerd door haar vaste begeleidingsgroep en gasten als Matthew Ryan, Dan Mitchell, Carmella Ramsey, Eamon McLoughlin, David Henry en Will Kimbrough elf nieuwe groeibriljantjes in te blikken. Wat ze brengt ligt louter stilistisch gezien een beetje in het verlengde van het werk van dames als Shawn Colvin en Mary Chapin Carpenter. Met andere woorden tot in de puntjes verzorgde roots pop, folk en Americana, voornamelijk leunend op de eigen geweldige zang. Richey klinkt hier eigenlijk beter dan ooit. Puur, warm, enigszins overrompelend eigenlijk. En ook haar songs zijn wederom ronduit briljant. En dat hoeft eigenlijk absoluut niet te verbazen, als je weet dat ze bij het pennen daarvan ondermeer hulp kreeg van gerespecteerde collega’s als Mando Saenz, Will Kimbrough, Beth Rowley, Pat McLaughlin, Boo Hewerdine, Mark Olson en huisfavorietje Karl Broadie. Met die laatste schreef ze één van de mooiste liedjes hier, het op een speels banjolijntje van Will Kimbrough vrolijk door de lente dartelende Americana-kleinood “Once In Your Life”. Ook heel leuk: het samen met Jayhawk Mark Olson uitgewerkte “In The Years To Come”, fraaie melancholische roots pop, voorzichtig opgewaardeerd met wat fijn blaaswerk van Dan Mitchell, en titelnummer “Wreck Your Wheels” en “Careful How You Go”, door Hubbard met de allure van een Daniel Lanois ingevulde cinemascopische folkpop. Liedjes, die wij hier zonder ook maar de minste schroom tot het allerbeste wat Richey al gemaakt heeft menen te mogen rekenen.

Kim Richey

Lojinx

 

JILL JACK “Songwriter Sessions” (UpHill Productions)

(3,5****)

Zingende liedjesschrijfster Jill Jack is in en om Detroit naar verluidt in alle stilte uitgegroeid tot een heus begrip. Met haar aantrekkelijke blend van folk, country, Americana, pop en rock heeft ze door de jaren heen een schare hondstrouwe fans aan zich weten te binden, die haar van optreden naar optreden volgen, en aan lokale awards derhalve ook absoluut geen gebrek. Maar met haar nieuwste mikt Jack op meer. Ze wil ook de rest van de States en als het even kan ook Europa inpalmen. Noem dat nieuwe album gerust een conceptplaat. Onder de productionele hoede van Colin Linden blikte ze in april van vorig jaar in de historische Hartland Music Hall in Michigan verspreid over twee avonden vijftien niet eerder verschenen liedjes live in. Naar eigen zeggen een soort van liefdesbrief aan het adres van haar fans, een soort van open invitatie om even een kijkje in haar hart en ziel te komen nemen. Heel wat van de vertolkte songs handelen dan ook over de liefde. Zonder daarom uitgesproken love songs te zijn overigens. In “Flowers In Bloom” heeft ze het zo bijvoorbeeld over het ouderschap. Enkele van de mooiste liedjes hier zijn wat ons betreft de zomers lome Americana beauty “Too Far Gone”, de fraaie, broeierige countrysoulslepers “Flowers In Bloom” en “Thy Will”, het als een duet met Mark Iannace gebrachte “The Valentine Song” en het op een voorzichtig richting blues & roots neigende groove leunende “Burn Baby Burn”. Als toemaatje krijgen we met “Northern Michigan” en “Live Like There’s No Tomorrow” bovendien ook nog twee nieuwe studio-opnames te horen. En niet te vergeten, er is als absolute kers op de taart op een tweede schijfje eveneens de integrale DVD-registratie van het geheel. Aardig wat waar voor je geld hier dus.

Jill Jack

CD Baby

 

EMIT BLOCH “Dictaphones Vol. 1” (One Little Indian / Bertus)

(2,5***)

Dat hoe je een plaat opneemt wel degelijk mee kan gaan bepalen in welke mate je er succes mee oogst, ondervond Emit Bloch onlangs met z’n “Dictaphones Vol. 1”. Dat door de Engelse vakpers letterlijk onder de superlatieven bedolven album is immers niets meer dan een voor nauwelijks £6 aan zijn eigen keukentafel ergens in Londen ingeblikte reeks demo’s, aanvankelijk enkel en alleen bedoeld om er ergens een contract mee los te weken. Men vond echter, dat die demo-opnames beter klonken dan zijn latere studiowerk en dus bracht men ze ook gewoon op cd uit. En dat leverde Bloch meteen een pak meer bijval op dan hij wellicht zelf ooit had durven dromen. Men vergeleek zijn aanpak al met die van genrecoryfeeën als een Jimmie Rodgers en een Hank Williams. Of ook wel met de gerenommeerde veldopnames van Alan Lomax. En dat is er toch wel een beetje over allemaal, vinden wij. Wat hij met zijn dictafoontje opgenomen heeft, klinkt allemaal best wel sympathiek en verraadt een vaardige tekstdichter en songsmid, maar bovenal komt het allemaal wel erg krakkemikkig over. Wij willen deze knaap wel eens horen, als er wél werk van gemaakt is om alles tot in de puntjes te verzorgen. Benieuwd, of hij dan met zijn toch eerder beperkte stem nog boven water zal blijven in een dezer dagen erg druk bevaren zee vol met erg bekwame collega’s, die geen nood hebben aan gimmicks als deze.

Emit Bloch op MySpace

Bertus

 

TEXAS SAPPHIRES “As He Wanders…” (Ike Records)

(3,5****)

In de muziek van Billy Brent Malkus en de zijnen ligt de nadruk als vanouds nog net ietsje meer op country als op alternatief. En precies dat zorgt er wellicht voor, dat ze bij met hun tijd meegaande traditionalisten een flink streepje voor hebben. Het vanuit Austin actieve collectief heeft in Malkus en Rebecca Lucille Cannon als het ware een fraai eigentijds antwoord in huis op illustere duo’s uit het verleden als Porter en Dolly, George en Tammy, ja zelfs Gram en Emmylou. Hun samenzang is werkelijk sprankelend te noemen en Malkus’ composities hoeven ook al in hoegenaamd niets onder te doen voor die van hoger genoemde voorbeelden en hun hofleveranciers. Overgoten met een heerlijk sausje, op smaak gebracht met fiddle, pedal steel, dobro, mandoline en tal van andere doorgaans als traditioneel bestempelde instrumenten, groeien dingen als “190”, “Riddled Days”, “Stunt Double” en “How Did I Get So Sloppy Drunk (When I Was Drinkin’ Neat)” in no time tot echte oorwurmen uit. Vooral dat met een flinke dosis humor gelardeerde laatste liedje is echt een genreklassiekertje in wording. Echt iets voor de fans van Dale Watson, Roger Wallace en aanverwanten, zo lijkt ons.

Texas Sapphires

CD Baby

 

OTIS GIBBS “Joe Hill’s Ashes” (Wannamaker Recording Company / Lucky Dice)

(5*****)

Gelijk al vanaf onze eerste beluistering van deze nieuwe van Otis Gibbs konden we ons absoluut niet van de indruk ontdoen hier met ’s mans sterkste plaat tot op heden te maken te hebben. Zeker productioneel gezien klinkt wat hijzelf en Thomm Jutz hier afleveren beter dan ooit. Maar ook stemgewijs komt Gibbs hier ronduit geweldig uit de hoek. De twaalf songs op “Joe Hill’s Ashes” teren ook nu weer zonder uitzondering op die geweldige rasp van ‘m. Muzikaal mooi het midden houdend tussen pakweg een Woody Guthrie, een Steve Earle en een Bruce Springsteen ten tijde van “Nebraska” deelt hij vrijwel terloops met ons een geweten zo groot als een voetbalveld. In zijn liedjes mag Gibbs immers graag zijn licht laten schijnen op zo ongeveer alles, wat in zijn ogen op politiek en sociaal vlak fout liep en loopt in deze wereld. Zo heeft hij het ditmaal ondermeer over Joe Hill, de in 1915 vermoorde Amerikaans-Zweedse activist, over John F. Kennedy en over de in 2007 in een mijn in Sago omgekomenen. Hulp krijgt hij daarbij naast van de al genoemde Thomm Jutz (gitaar, bas, mandoline, zang) ook van Deanie Richardson (fiddle), Mark Fain (staande bas), Amy Lashley (zang) en Pat McInerney (drums). Zij tekenen samen met Gibbs voor een eerder “basic” gehouden geheel. Sober, maar tegelijkertijd ook heel erg warm aandoend. Onze favorieten hier, vroeg je? Het meer vertelde dan gezongen titelnummer, het fiddlegewijs met een bescheiden prise bluegrassgevoel gekruide “Twelve Men Dead In Sago”, het van opzet een beetje Dylanesk aandoende “Kansas City” en vooral ook het intimistische, gevoelsmatig zijn titel werkelijk alle eer aandoende “Outdated, Frustrated And Blue”. Maar eigenlijk hoor je dit ronduit fantastische album gewoon in z’n geheel aan te bevelen en dat doen we bij dezen dan ook graag even.

Otis Gibbs

Lucky Dice

 

THE .357 STRING BAND “Lightning From The North” (.357 String Band)

(3,5****)

Ook op hun nieuwe cd “Lightning From The North” laten de vier heren van de .357 String Band er weer niet de minste twijfel over bestaan: het bluegrassgenre is in hun ogen dringend aan een revitaliserende verjongingskuur toe. En hun punk- en rockabilly-achtergrond komt daarbij als vanouds zeer goed van pas. Hun zelf als “streetgrass” omschreven muziek snokt voortdurend wild aan zijn kettingen. Enkele van Americana’s zwartste kantjes krijgen een kruisbestuiving met rock & roll mee en flirten als dusdanig op z’n minst attitudegewijs bijna voortdurend met punk. Het resultaat van die aanpak is ongemeen vurige, zeker aan de fans van acts als de Hackensaw Boys, Old Crow Medicine Show, Avett Brothers en aanverwanten bestede muziek. Laag overvliegende akoestische instrumenten als de dezer dagen alsmaar meer fans winnende banjo, de fiddle, de dobro en de mandoline dicteren hier volop de wet. Hypernerveus snarengeklater vormt de basis voor een extreem aanstekelijk brouwsel, dat als het ware schreeuwt om de nodige live-aandacht. Deze knapen voor een performance vastleggen lijkt ons bij voorbaat een garantie op succes. Iets waar je jezelf trouwens kan van gaan overtuigen op 11 april aanstaande, want dan treedt de .357 String Band aan in Den Bromfiets in Bonheiden.

.357 String Band

 

JW ROY “Weet Het Zeker…” (Munich)

(4****)

Hier weten we het ondertussen wel zeker… Niemand, maar dan ook écht niemand brengt Americana in het Nederlands zoals JW Roy. Was ’s mans vorige cd nog een bescheiden flirt met pop in z’n moerstaal, dan valt hij op “Weet Het Zeker…” z’n oude liefde weer ongegeneerd in de armen. In het gezelschap van z’n Hartenjagers BJ Baartmans, Gabriël Peeters, Gerald van Beuningen en JJ Goossens en een handjevol gastmuzikanten, waaronder Erik van Dijsseldonk, Lesley van der Aa, Guus Meeuwis en de bij momenten ongemeen soulvol uit de hoek komende blazerssectie The Jayhorns, trakteert Roy ons andermaal op een elftal echte pareltjes. Daarvan bleven ons na enkele beluisteringen vooral de volgende liedjes bij: het op “Cold Dog Soup” van Guy Clark geïnspireerde en als voorzichtig twangende Americana road song gepresenteerde “In De Auto”, het soulvolle, zomers swingende, de angst van een zijn dochter op leeftijd met tegenzin loslatende vader verklankende “Mathilde”, de heerlijke, door knagende eenzaamheid en hoop geregeerde trage “Nu De Wind Me Draagt”, het samen met Guus Meeuwis gepende en aan het grote verdriet van de bejaarde eigenares van een bergrestaurant in het zuidoosten van Frankrijk opgehangen “Ze Mist Haar”, de soulballade “Zonder Om Te Kijken (Een Maatpak- En BlackBerry-Boys Blues)”, waarin Roy berustend terugblikt op het financiële fiasco, dat de ondergang van The Entertainment Group ook voor hem betekende, de door Gabriël Peeters van een mooi banjolijntje voorziene liefdesverklaring “Ik Heb Je Lief” en het afsluitende “Weet Het Zeker”, een soort van rootsy lofzang op het eigen artiestenbestaan. “Mooier kan niet, beter wordt het niet meer… (…) Ik wist het zeker, weet het zeker,” luidt het daarin en daarmee vatte Roy zonder het zelf goed en wel te beseffen eigenlijk a priori heel mooi onze gevoelens met betrekking tot deze plaat samen. Warm aanbevolen!

JW Roy

Munich Records

 

ERIC BRACE & LAST TRAIN HOME “Six Songs”(Red Beet Records)

(3,5****)

Hoe moeten we dit nu eigenlijk zien? Als een tussendoortje? Of als een nieuwe stap richting een solocarrière van Eric Brace misschien? Wie zal het zeggen. Feit is, dat Brace en zijn kompanen van Last Train Home ons ditmaal slechts zes kluiven toewerpen om onze honger naar meer mee te stillen. Drie daarvan zijn eigen nieuwe songs, de drie andere nogal verrassend uit de hoek komende covers. Zo krijgt de Nina Simone-hit “My Baby Just Cares For Me” een soort van mardi gras-behandeling mee, haalt Brace zijn beste Frans boven voor een leuke rootsy benadering van Bécauds “Et Maintenant / What Now My Love” en wordt Préverts “Autumn Leaves” omgetoverd tot bij momenten echt wel extreem twangy country. De zelf aangedragen liedjes etaleren een enigszins vergelijkbaar eclecticisme. Scott McKnights “Always Raining On My Street” is zo zomerse rootsy pop met een melancholisch ondertoontje, in Karl Straubs “Soul Parking” gaat het er tegen een muur van vinnige gitaren lekker rockend aan toe en doorheen “Big Fish” van Yannick Farquhar en Brace zelve waart al boom-chick-a-boomend de geest van wijlen Johnny Cash, al zorgen blazers en aanstekelijke koortjes wel geregeld voor een vreemde noot in de bijt. Lekker apart!

Eric Brace & Last Train Home op MySpace

Red Beet Records

CD Baby

 

MARK ERELLI “Little Vigils” (Hillbilly Pilgrim Records)

(4****)

Onvoorstelbaar eigenlijk, dat een supergetalenteerde zingende songsmid als deze Mark Erelli zijn platen nog noodgedwongen in eigen beheer dient uit te brengen. Het bewijst alleen maar eens te meer, hoe gruwelijk oneerlijk de huidige muziekbusiness wel zijn kan. Platen als “Little Vigils”, ’s mans achtste, zouden je eigenlijk met veel poeha en met een fraaie strik er rond dienen te worden aangeboden en niet via een achterpoortje, zoals dat nu helaas wel het geval is. Elf songs lang bewijst Erelli hier andermaal zondermeer tot de interessantste singer-songwriters van zijn generatie te behoren. Iets wat ook de initiatiefnemers van het Darwin Song Project niet ontging trouwens. Zij nodigden de Amerikaan uit om samen met een zevental anderen, waaronder ondermeer ook Krista Detor en Karine Polwart, met songs de honderdvijftigste verjaardag van “The Origin Of Species” te komen herdenken. En zijn betrokkenheid bij dat project wakkerde terloops in Erelli een oude liefde aan. Zijn aangeboren voorliefde voor de natuur meer bepaald. In zowat alle songs op “Little Vigils” blijkt een behoorlijk prominente rol weggelegd voor Moeder Natuur en de emoties, die haar dagelijkse kleine wondertjes vaak weten los te weken. Metafoorgewijs neemt Erelli ons hier regelmatig mee naar onze roots. Hij liet zich daarbij begeleiden door bekende en minder bekende collegae als Jake Armerdring (mandoline, fiddle, zang), Neil Cleary (drums, zang), Zack Hickman (bassen, orgels, piano, mandoline, percussie, zang) en Charlie Rose (banjo, pedal steel, cello, akoestische gitaar). Onder het waakzaam toeziende oog van de ook als producer actieve Hickman blikten ze samen in een tot opnamestudio omgebouwde zeventiende-eeuwse boerderij in Maine de elf songs van “Little Vigils” in. En daartussen bevinden zich enkele absolute juweeltjes.  Wij dachten in die context bijvoorbeeld meteen aan “August”, het liedje waaraan de plaat ook haar titel ontleent. Dat nummer verstrengelt thematisch gezien zo’n beetje alles wat verderop nog volgen zal. Met name Erelli’s dankbaarheid voor het leven zelve, voor de schier eindeloze liefde van zijn gezin, voor de gelegenheid om met zijn maats muziek te mogen maken en voor de vreugde gepaard gaand met het ouderschap komen erin aan bod. Ook heel fraai: “Kingdom Come” en “Mother Of Mysteries”, de twee songs, die Erelli bijdroeg aan het Darwin Song project. “Seems to me there’s too much misery to believe in Kingdome Come,” klinkt het veelzeggend in het eerste van die twee. En Darwins onvermogen om het diepe geloof van zijn eigen vrouw ook maar enigszins te beantwoorden wordt daarmee wel heel erg treffend verwoordt. Het tweede schreef hij samen met de al genoemde Schotse Karine Polwart. En daarin wordt Darwin met omfloerste stem letterlijk herhaald: “There is grandeur in this view of life, where one becomes many through strugge and strife.” Voer voor intellectuele oren!

Mark Erelli

CD Baby

 

KATY MOFFATT “Fewer Things” (Zeppelin Productions Inc.)

(4,5*****)

Katy Moffatts nieuwste is in één woord zalig. Vier lange jaren deed ze erover om met een nieuwe studioplaat uit te pakken en dat is eigenlijk doodzonde. Zo’n stem! Daar wil je toch gewoon elk jaar wat nieuws van horen, zeker? En al zeker als dat dan ook nog eens van de kwaliteit van “”Fewer Things” blijkt te zijn. In een productie van gitaarfenomeen Andrew Hardin en verder begeleid door Fats Kaplin (dobro), Brian Standefer (cello), Chris Maresh (bas) en Kelley Mickwee (backing vocals in “Lefty’s Last Ride”) levert Moffatt hier haar misschien wel beste plaat ooit af. Ze tackelt op “Fewer Things ondermeer nooit eerder opgenomen liedjes van John Hiatt (“Midwester”) en Pat McLaughlin (“Fewer Things All The Time”) en prachtdeunen van Stephen Bruton (“Getting Over You”), Nick Lowe (“What Lack Of Love Has Done”) en Jeff Rymes (“Lefty’s Last Ride” en “Truth About You”). Daarnaast bevat het album ook een vijftal Moffatt-originelen. Drie daarvan, “She’s All He Ever Sees In Me”, “Trainwreck” en “Whistlin’ In The Dark”, schreef ze samen met haar buddy Tom Russell. Voor de overige twee tekenden Wendy Waldman (“Still Blue”) en Billy Cowsill (“Walkin’ The Animal”) mee. Het resultaat is een collectie veelal eerder intimistisch aandoende liedjes, waarin Moffatt zich vocaal sterker dan ooit presenteert. Haar van pure emotie licht vibrerende stem door Hardin gitaargewijs wonderwel aangevuld wetend trekt ze met de elf songs op “Fewer Things” diepe voren doorheen de zielsakker van haar luisteraars. Expressiever kan amper! En een warme aanbeveling van hieruit is dan ook zowat het enig mogelijke gevolg.

Katy Moffatt

 

TIM GRIMM “Farm Songs” (Vault Records)

(4****)

Als u ons zou vragen, om onze tien favoriete singer-songwriters even voor u op een rijtje te zetten, dan zouden we het moeilijk hebben. Er zijn er immers nogal wat, die we graag mogen horen. Maar wie we nu als de primussen van de klas naar voren zouden moeten schuiven…? Steve Earle zou er zeker bij zitten. Guy Clark ook. En Townes natuurlijk! Maar dan? Greg Trooper misschien. John Hiatt. Stephen Simmons. Otis Gibbs. Kieran Kane. Buddy Miller. O ja, en Tim Grimm ook. Die laatste mogen we zeker niet vergeten! De beste man heeft ons immers nog nooit teleurgesteld. En dat doet hij ook nu weer niet. Zijn nieuwste kwam er eigenlijk zo’n beetje op verzoek van zijn fans. Die bleven de jongste jaren immers altijd maar vragen om zijn zogeheten “farm songs”. En dat zette Grimm ertoe aan, om een volledige plaat met dergelijke, het leven in het rurale midden-westen van zijn land bezingende deuntjes in te blikken. Velen daarvan verschenen al op eerdere platen van ‘m, maar werden speciaal voor de gelegenheid opnieuw opgenomen. “Amber Waves” kenden we zo bijvoorbeeld al van het gelijknamige album uit 2000, “80 Acres”, “She Remembers”, “Too Hard Drivin’”, “Down The Road”, “Better Days” en “Pumpkin The Cat” van het ook al in 2000 verschenen “Heart Land”, “The People’s Highway”, “The Back Fields” en “Autumn Garden” van “The Back Fields” uit 2005 en “So It Goes” van “Holding Up The World” van zo’n twee jaar geleden. In hun nieuwe, van alle overbodige franje ontdane versies klinken aardig wat van die liedjes nog een stuk beter dan voorheen. Gewoon Grimm en z’n akoestische, zalig! Of al even fraai met wat hulp van Jan Lucas op de harmonica of van John Prine-rechterhand Jason Wilber op gitaren, banjo, mandoline en piano. Slechts één echt nieuw liedje hier, maar dat is gelijk wel een toppertje. Het betreft daarbij het samen met Lucas gepende “The Longest Night”. Op melancholisch-poëtische, welhaast religieuze wijze vrijwel voortdurend tussen twijfel en hoop heen en weer dobberend groeit dat nummer in no time uit tot een soon to be classic op Grimms repertoire. Mede dankzij z’n fraaie samenzang met Lucas en het werkelijk kristalheldere gitaarspel van Wilber. Prachtig zondermeer!

Tim Grimm

CD Baby

 

VARIOUS ARTISTS “East Nashville Vol. 3 – More Music From The Other Side” (Red Beet)

(3,5****)

Derde volume reeds in Red Beet Records’ reeks gewijd aan de muziek van “de andere kant van ‘t stad”. Ook ditmaal weer staat puurheid daarop volop centraal. En een vlugge blik op het lijstje betrokkenen leert, dat we wat dat betreft wel goed zitten. Van Phil Lee, Kieran Kane, Eric Brace, Anne McCue, Chuck Mead, Matt Urmy, Audrey Auld, Jon Byrd, Amelia White, Stephen Simmons, Duane Jarvis, Taylor Bates en Tom Mason krijgen we reeds eerder verschenen liedjes voorgeschoteld, van Peter Cooper & Lloyd Green, Kevin Gordon, Elizabeth Cook, Carey Ott en Tim Carroll materiaal van nog op stapel staande platen of rariteiten. Het resultaat is een heerlijk gevarieerd klinkend geheel, waarop Koning Americana weer volop regeert. Ver weg van de ook nu nog vrijwel dagelijks geproduceerde commerciële draken van Music Row tonen alle bij deze verzamelaar betrokkenen, dat ook in Nashville dag in dag uit goudeerlijke muziek wordt gemaakt. Muziek, waarvoor je met veel plezier de koptelefoon even bovenhaalt en zal blijven bovenhalen. Om het allemaal met een zinnetje uit de liner notes samen te vatten: “There’s something special about East Nashville.”

Red Beet Records

CD Baby

 

JOSH GEFFIN “Josh Geffin” (Josh Geffin)

(3,5****)

Wat een knappe plaat! Van deze jonge Brit zullen we ongetwijfeld nog het één en ander gaan horen! Josh Geffin maakt er zelf allerminst een geheim van flink beïnvloed te zijn geworden door klassieke singer-songwriters als een Bob Dylan, een Leonard Cohen, een John Martyn, een Chris Wood, een Bert Jansch en een Nick Drake en ook met enige regelmaat te luisteren naar recenter spul van acts als King Creosote, Joanna Newsom en Ryan Adams. Iets wat je bijna als vanzelfsprekend ook in zijn muziek terughoort. Door zijn manier van zingen herinnerde hij ons met name aan de heren Drake en Adams en dat niet noodzakelijk in die volgorde. Geffin koppelt hier op vakbekwame wijze elementen uit pop, rock en traditionele Britse folk aan Americana en zogeheten nu-folk. Wat uit die aanpak voortspruit is een grotendeels eerder intimistisch aandoend geheel, waarvoor de klassieke “just a guy and his guitar”-benadering het uitgangspunt lijkt te hebben gevormd. Al dient daar dan wel meteen aan toe te worden gevoegd, dat waar nodig bijdragen op piano, tamboerijn, harmonica, accordeon, cello en drums helpen de boel een weinig op te smukken. En ook de backing vocals van Rhiannon Greenwood mogen we absoluut niet over het hoofd zien. Die helpen immers om Geffins emotionele verhalen over liefdes en het verliezen daarvan nog wat geloofwaardiger te doen overkomen. Hun stemmen kleuren echt perfect bij elkaar.

Josh Geffin op MySpace

CD Baby

 

JENEE HALSTEAD “Hollow Bones” (Jenee Halstead)

(3,5****)

Je moet het ijzer smeden als het heet is, moet Jenee Halstead gedacht hebben. Met het jammer genoeg amper vijf songs tellende “Hollow Bones” zoekt ze immers nadrukkelijk aansluiting bij het door haar medio vorig jaar onder de lovende kritieken bedolven debuut “The River Grace” gecreëerde momentum. Halstead doet op die nieuwe EP andermaal een poging om genres als country, Americana, folk, roots rock en blues met elkaar te verzoenen. Openingsnummer “Damascus” hinkt zo speels op een aanstekelijk C&W-ritme voorbij, “Good Lookin’ Boy” flirt van onder een veel té grote Stetson nogal nadrukkelijk met rock & roll, “Hollow Bones” is knappe Americana tout court, “La Luna Roja” doet ondanks een Zuiders motiefje volop denken aan het werk van alternatieve countrysirene Neko Case en “Banks Of The Mississippi” heeft iets met blues. Opnieuw vijf ijzersterke liedjes! En Jenee Halstead lijkt dus ondertussen écht wel een naam om met stip te onthouden voor de toekomst.

Jenee Halstead

CD Baby

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home