ARCHIEF CD-RECENSIES JULI 2005

 

 

archief

 

januari     februari     maart     april     mei      juni

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

Joe Kile “Kings Avenue”Billy Yates “Harmony Man” - Stace England “Greetings From Cairo, Illinois”The Outlaw Family Band “The Outlaw Family Band” - The Road Hammers (met Jason McCoy) “The Road Hammers”Halfway “Farewell To The Fainthearted”The Bel Airs “Got Love” - Terence Martin “Lost Hills”Tara Angell “Down And Out: The Come Down EP”The Kennedys “Half A Million Miles” - Davin James “Live!”The Morells “Think About It”Val Esway + El Mirage “Lovers Losers Liars” - Brian Capps “Walk Through Walls”Todd Thibaud “The Best Of” (CD/DVD)The Domino Kings “Some Kind Of Sign”Ruby Dee & The Snakehandlers “Five For The Road” - The Bills “Let Em Run”Hayseed Dixie “A Hot Piece Of Grass”Adam Carroll “Far Away Blues”Sixty Acres “Banjos And Sunshine”Various Artists “Classic Bluegrass Vol. 2” en “Classic Southern Gospel” - Stacey Earle & Mark Stuart “S & M Communion Bread”Joel Rafael Band “Woodyboye”Shane Alexander “The Middle Way” - Adrienne Young & Little Sadie “The Art Of Virtue”Patty Griffin “Impossible Dream” - Jeff Black “Tin Lily”Precious Bryant “The Truth”Ellis Paul “American Jukebox Fables”Ian Parker “… Whilst The Wind – Live”Terry Allen “The Silent Majority – Terry Allen’s Greatest Missed Hits”Will Dupuy “Doghouse”Jackson Taylor Band “Easy Lovin’ Stranger”

 

JOE KILE

Kings Avenue

(Dren Records)

(3,5) J J J J

 

 

Joe Kile is een jonge in St. Louis geboren singer-songwriter die de jongste jaren achtereenvolgens in New York City, Austin en New Orleans gewoond heeft. Ogenschijnlijk is het dat quasi-nomadenbestaan dat hem de nodige inspiratie voor zijn bijzonder puike debuutplaat “Kings Avenue” heeft verschaft. Ten getuige daarvan enkele songtitels: “Kings Avenue”, “Texas Sunday Evening”, “Kansas In June”, “St. Louis”, “New York”.

Door zijn manier van zingen roept Kile op zijn eersteling herhaaldelijk de jonge Jimmie Dale Gilmore in herinnering. Met veel gevoel voor melodie strooit hij op dat schaars georchestreerde folkalbum met diepzinnige en erg persoonlijke teksten in het rond. Enkel het accordeon en de concertina van Kelly Winter, de pedal steel van Bruce Tull (Scud Mountain Boys, Ware River Club, Lo Fine) en de zeemzoete harmonieën van Sunyatta Marshall (Freds Variety Group) konden er in de ogen van Kile en co-producer Kevin Buckley mee door als opsmuk voor dit grotendeels akoestische geheel. Een plaatje van een plaat overigens!

Dren Records

 

 

BILLY YATES

“Harmony Man”

(M.O.D. Record Label)

(3,5) J J J J

 

 

Ook op z’n nieuwe CD “Harmony Man” – ondertussen toch ook alweer zijn vijfde – bewijst Billy Yates weer het gelijk van de vele countryliefhebbers in België en Nederland die hem inmiddels in het hart hebben gesloten. Qua aanpak sluit het materiaal op die plaat opnieuw naadloos aan bij het werk van de school neo-traditionalisten die aan het eind van de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig furore maakte. Zowel stilistisch gezien als op vocaal vlak komt hij in de dertien liedjes op “Harmony Man” dicht in de buurt van wat knapen als een George Strait, een George Jones en een Randy Travis al jaren doen. Op de keper beschouwd niet echt veel nieuws onder de zon dus. Maar van een mooizinger als Yates verwacht je dat eigenlijk ook helemaal niet. Met sfeervolle ballades als “Her Only Downfall”, het in fiddles en steel gedrenkte “The Circus Is Over” en “I Don’t Think You’re Pretty”, verhalende songs als het ingetogen “Brothers”, swingende stuff genre “Forever For A While” en meer op de benen gericht spul à la “Alone Some” en “I Wouldn’t Want To Be Her Man” verdient de man het om ooit net zoals het hoger vermelde drietal massaal veel platen te verkopen. Zeker als je weet, dat hij het merendeel van de hier aangeboden liedjes weer zelf (mee)schreef.

(Voor alt. country-liefhebbers allicht veel te glad allemaal, voor de minnaars van wat commerciëlere country echter des te warmer aanbevolen!)

Billy Yates

 

Billy Yates is te boeken via Cor Sanne / CMS Productions:

cms-country@cms-country.nl

 

 

STACE ENGLAND

“Greetings From Cairo, Illinois

(Gnashville Sounds Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

“Greetings From Cairo, Illinois” van Stace England is een verrijkende muzikale trip doorheen de goed gevulde geschiedenis van de gelijknamige stad. Vijf lange jaren aan research, honderden gesprekken en een schier eindeloze reeks uren aan veldwerk gingen er volgens de man zelf aan zijn meest ambitieuze project tot op heden vooraf. Dat verklaart meteen ook zijn eerder mager ogend c.v. in de jaren volgend op zijn bijdragen aan groepen als House Afire, Tecumseh and en The Jubilee Songbirds. Met “Peach Blossom Special”, “Lovey Dovey ALL The Time” en het nieuwe “Greetings From Cairo, Illinois” bleef zijn teller tussen 1999 en nu op drie schamele eenheden steken.

Nu ja, als al zijn platen even boeiend blijven als zijn laatste, dan mag hij wat ons betreft rustig alle tijd van de wereld voor zijn uitingen blijven gebruiken. Zelf noemt Stace England Cairo, Illinois “the most fascinating town in America” en afgaande op wat hij er hier over te vertellen heeft ben je graag geneigd hem daarin te volgen. Hij neemt je mee terug in de tijd tot in 1858 om je vervolgens via diverse tussenstops terug naar het heden te loodsen. De Civil War, gruwelijke lynchpartijen, de bluesjaren, de verbeten strijd om de burgerrechten en vooral ook het gestage verval van zijn stad vormen onderwerpen van de je door England voorgeschotelde liedjes. Daarbij bezigt hij een opvallende veelheid aan muzikale stijlen. Van zuiver singer-songwriterspul (het met een shot bluegrass tot leven gebrachte “Equal Opportunity Lynch Mob”) en country (het Willy Nelson-eske “The North Starts In Cairo”) over een spiritual (“Goin’ Down To Cairo”) tot akoestische (“Cairo Blues”) en elektrische blues (“Buy My Votes”), van countryrock (“White Hats”) of Americana (“Can’t We All Get Along”) over funky spul (het een beetje naar het thema van de film Shaft ruikende “Jesse’s Comin’ To Town”) en R&B-getint materiaal (“Grant Slept Here”) tot alt. country (het lekker vlammende, met Jason Ringenberg gebrachte “Prosperity Train”) en pop (“Far From The Tree”).

Stace England

Gnashville Sounds Records

Sonic Rendezvous

 

 

OUTLAW FAMILY BAND

“Outlaw Family Band”

(Slackjaw Records)

(3,5) J J J J

 

 

Zin in een flinke beurt ouderwets lekkere alt.country? Dan ben je bij de Outlaw Family Band aan het juiste adres. Op zijn (door Jon Langford van een knappe hoes voorziene en samen met voormalig Wilco-gitarist Jay Bennett geproduceerde) eerste volwaardige langspeler grossiert dat sinds 2002 aan de weg timmerende, zeskoppige gezelschap uit Chicago bestaande uit James Weigel (leadgitaar en zang), Daniel Padgett (bas en zang), Justin Gillam (akoestische gitaar en zang), Mark Corsolini (drums en zang), Ryan Hinshaw (fiddle en zang) en Ben Wright (elektrische banjo en zang) voornamelijk in lekker puntige liedjes, waarin naast de sterke verhalen vooral ook de geslaagde wisselwerking tussen akoestische en elektrische instrumenten opvalt. Door de wat nasale zang van James Weigel doet het bij momenten een weinig denken aan Green On Red in zijn hoogdagen. Het veelvuldige (en opvallende) gebruik van de banjo en de fiddle ondermijnt die stelling echter vrijwel meteen ook weer. Enige vreemde eend in de bijt is een geslaagde cover van Blaze Foley’s “WWIII”. Gasten zijn ondermeer de eerder al vermelde Jay Bennett (orgel en piano) en JP Nowak (drums).

Aanbevolen voor al diegenen onder jullie voor wie de alt. in alt. country op de eerste plaats komt.

Outlaw Family Band

Slackjaw Records

 

 

The Road Hammers

“The Road Hammers”

(Open Road Recordings)

(4) J J J J

 

 

The Road Hammers zijn – zoals hun naam dat al enigszins doet vermoeden – een drie man sterk Canadees collectief, dat voor een bijzonder pittige mix van country, Southern rock en blues het leven “on the road” als uitgangspunt gebruikt. De groep is het geesteskind van de man die we hier al herhaaldelijk bestempeld hebben als “de Canadese evenknie van Dwight Yoakam”, 2004 Canadian Country Music Association Male Vocalist Of The Year Jason McCoy. In Clayton Bellamy en Chris Byrne vond die twee gelijkgestemde geesten die hem graag bijstonden in een poging om de ultieme muzikale road trip te verwezenlijken, een album boordevol trucker music van het sympathiekste soort. Bekende liedjes als “Girl On The Billboard” (Del Reeves), “East Bound And Down” (Jerry Reed), “The Hammer Goin’ Down” (Chris Knight) en “Willin’” (Little Feat) worden door McCoy en co van een bijzonder aanstekelijk nieuw jasje voorzien en op die manier aan het eigen repertoire aangepast. Dat repertoire zal fans van country man McCoy trouwens met verstomming slaan. De term gespierd is immers op zijn minst op zijn plaats als je het hebt over originals als “I’m A Road Hammer”, “Overdrive” en “Keep On Truckin’”. Ruige zangpartijen, luide gitaren, stevig drumwerk, schreeuwerige mondharmonicabijdragen… Zo kenden we de man nog niet!

Neemt niet weg, dat we hier met een erg knappe plaat met tal van hoogtepunten te maken hebben. Met hun opgefokte versies van “Girl On The Billboard” en “East Bound And Down” – waar verdraaid zelfs even een fris bluegrasswindje doorheen waait - mogen ze wat ons betreft zó om het uur op de radio. En originals als de rootsy wervelvind “Nashville Bound” en “Keep On Truckin’” hoeven daar nauwelijks voor onder te doen. “The Road Hammers” slagen eigenlijk met brio in hun opzet. Telkens wanneer deze CD uit de speakers knalt, bekruipt je immers de onweerstaanbare drang om in je wagen te springen en er met de ruit naar beneden en het volume van de stereo op maximum voor een stevige rit vandoor te gaan…

The Road Hammers

Open Road Recordings

Maple Music

 

 

HALFWAY

“Farewell To The Fainthearted”

(Laughing Outlaw Records / Bertus)

(5) J J J J J

 

 

Het mag dan nog vroeg op het jaar zijn, wij hebben onze alt. country CD van het jaar alweer beet! Verantwoordelijken daarvoor zijn de heren van het zeven eenheden tellende, uit Brisbane, Queensland in Australië afkomstige collectief Halfway. Ongemeen mooi hoe alles op het debuut van die groep meteen in de juiste plooien valt! De organische wisselwerking tussen elementen uit pop, rock, (alt.) country en – voornamelijk dankzij de dobro-, mandoline- en banjo-inbreng van de ingeweken Ierse broers Noel en Liam Fitzpatrick – hier en daar ook folk en bluegrass mondt uit in een plaat die zich – zonder enige vorm van overdrijving! – makkelijk kan meten met het beste van acts als Ryan Adams, SonVolt en Wilco in zijn vroege dagen. Twaalf dotten van liedjes – de verborgen bonus track, een cover van “Willin’” van Little Feat gemakshalve even niet meegerekend - maken van “Farewell To The Fainthearted” het soort van plaat waarvan je al van bij de eerste beluistering weet, dat je ze nog jarenlang zal koesteren. Zachte, eerder melancholisch overkomende zangpartijen en een bijzonder gevarieerd palet aan akoestische en elektrische instrumenten – met een opvallende rol voor traditionals als de pedal steel en de banjo – doen de rest. Ronduit subliem en wat ons betreft echt een must-have voor elke rechtgeaarde liefhebber van het genre.

Halfway

Laughing Outlaw

Bertus

 

 

THE BEL AIRS

“Got Love”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Nummer vier in de reeks door Lou Whitney (van The Morells) geproduceerde platen die onlangs door Hightone Records werden voorgesteld is er eentje van The Bel Airs, een uit de broers David (gitaren, mandoline, zang) en Dick (bas, zang) Pruitt en Mike Cherry (ooit nog aan de slag bij The Paladins en The James Harman Band / drums) bestaand blues & soul trio uit Columbia, Missouri. Op die aan hun overleden vrienden Forrest Rose en Johnnie Johnson – vooral bekend voor zijn jarenlange rol als pianist achter Chuck Berry – opgedragen CD spelen de drie hun veelzijdigheid als voornaamste troefkaart uit. “Got Love” vormt immers een tastbaar bewijs voor de stelling dat je met het door velen als een eerder voorspelbare bedoening beschouwde bluesgenre wel degelijk heel wat kanten uit kan. Het ene moment overrompelen ze je met bloedgeile R&B (“I Got Love If You Want It”, het praktisch op z’n Howlin’ Wolfs gebrachte “The Blues Is Walkin’” en “Hi Line”), het andere komen ze stilistisch gezien vervaarlijk dicht in de buurt bij het werk van artiesten als Robert Cray (“What Kind Of Fool (Do You Think I Am)”), George Thorogood & The Destroyers (“Wild About You Baby”) en soulgroten Sam & Dave (“Poor Man Rich Man”). Van een piano- en saxgestuurde stamper als “Just You And I” over een akoestisch bluesje type “Going Down The River” of een klassieke soulsleper à la “Those Lonely, Lonely Nights” tot de jazzy instrumental “Succotash”, het klinkt vrijwel zonder uitzondering allemaal even fris.

The Bel Airs

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

TERENCE MARTIN

“Lost Hills”

(Good Dog Music)

(4,5) J J J J J

 

 

Zijn naam verraadt een Britse afkomst, maar zijn muziek, die is wel degelijk op-en-top Amerikaans. Terence Martin werd geboren in Londen, groeide evenwel op in Los Angeles en zou in 1997 oostwaarts verkassen om er voor zichzelf een plaatsje op te eisen in de florissante akoestische muziekscene van New York. Met CD’s als zijn debuut “Division Street”, de opvolger daarvan “Waterproof” en het in 2003 verschenen “Sleeper” wist hij er reeds de aandacht op zich te vestigen als een singer-songwriter met een buitengewoon potentieel. In hetzelfde muzikale straatje waarin ook knapen als een John Gorka, een Jeff Talmadge en een Marc Cohn furore maakten vond Martin eerder onopvallend al snel zijn eigen niche. En met zijn vierde CD “Lost Hills” bevestigt hij niet alleen al het goede wat er eerder over hem verteld en geschreven werd, maar zet hij bovendien een flinke stap in de richting van een wat ruimere naambekendheid. Met zijn prachtige gebronsde stem zet hij in het gezelschap van een uitgelezen groep muzikanten een echte glansprestatie neer. Will Lee (bas / Late Show with David Letterman), Clifford Carter (piano / James Taylor), Radoslov Lorkovic (accordeon / Greg Brown, Richard Shindell) en Billy Masters (gitaar / Suzanne Vega, Cry Cry Cry) gidsen hem vakkundig doorheen elf eigen liedjes en een ongemeen mooie cover van wijlen Warren Zevons “Mutineer”. Wat daarbij – Naast die fantastische stem natuurlijk! – meteen in het oog springt, is het sprekende gemak waarmee Martin in eenvoudige poëtische bewoordingen de fraaiste, voor iedereen meteen te bevatten beelden weet op te roepen. In de wat ons betreft absolute stand-out van de plaat, de sublieme Americana story song “Hank Williams”, bezingt hij zo bijvoorbeeld – daarbij erg mooi vocaal geruggensteund door Amy Berkson – de diefstal van Hank Williams’ grafsteen, in “Eight Ball” – met een tegelijk erg knappe en zeer functionele “Sleep Walk”-dobro-solopartij van Chris Davis – vergelijkt hij de door een spaaklopende relatie ongecontroleerd voor zijn geest opdoemende gedachten met de even onvoorspelbare gedragingen van de ballen uit het gelijknamige biljartspelletje en in “It won’t Be Tomorrow”, een knap staaltje van ingetogen akoestische pop, blikt hij openhartig terug op een bad news-gesprek na een flink uit de hand gelopen ruzie en de onvermijdelijk daaropvolgende relatieterminus. Het zijn slechts drie van de vele hoogtepuntenhier. Wij streepten bijvoorbeeld ook nog het titelnummer “Lost Hills”, het zich comfortabel in een poel van mandoline-, dobro- en accordeonaccentjes rondwentelende melancholische Americana-liedje “Where It All Begins”, het door z’n opvallende pianoinbreng net iets meer poppy dan de rest aandoende “Perfect Fit” en road song “Empty Pockets” aan als instant-favorieten. Maar eigenlijk doe je een heleboel andere liedjes gewoon tekort door hier op zoek te gaan naar voorkeursnummers, want “Lost Hills” is gewoon in haar geheel een bloedmooie plaat.

Terence Martin

CD Baby

 

 

TARA ANGELL

“Down And Out: The Come Down EP”

(Rykodisc)

(4) J J J J

 

 

Met haar debuut-CD “Come Down” oogstte Tara Angell eerder dit jaar al bijzonder veel bijval. Door ons erg gerespecteerde artiesten als Ron Sexsmith, Lucinda Williams en Joseph Arthur staken bijvoorbeeld meteen de loftrompet af over de opvallende nieuwkomelinge. Arthur liet zich zelfs overhalen om haar visitekaartje te produceren. Hij was het die haar met een enigszins aan Marianne Faithfull, Polly Jean Harvey en Nico herinnerende stem gebrachte en over verwrongen melodieën gedrapeerde, onheilspellende liedjes in de juiste banen leidde. Een uniek document vol sombere gothische Americana was het resultaat van hun gezamenlijke inspanningen.

Terecht inspelend op de goede ontvangst van haar eerste volwaardige worp krijgt nu ook de eigenlijke voorganger daarvan, de EP “Down And Out”, waarop naast voor twee later ook op haar debuut belande liedjes (“Untrue” en “Don’t Blame”) ook plaats was voor vier akoestisch gebrachte versies van andere nummers daarvan, een nieuwe kans. “Mr. Faith”, “Hollow Hope”, “When You Find Me” en “The World Will Match Your Plan” zijn voornamelijk door de berookte voordracht van de youngster schitterende lappen pure passie. Als je haar hier over een flinterdun akoestisch gitaarlijntje heen passioneel de tekst van “The World Will Match Your Pain” uit de diepste krochten van haar ziel hoort knijpen, dan rest er je haast geen andere keuze dan een vergelijking met Lucinda Williams te maken. En dat is en blijft tot nader order zowat dé ultieme referentie…

Zowel de CD “Come Down” als dit EP’tje “Down And Out” verdienen dan ook zonder nadenken het predikaat “Verplichte kost!”.

Tara Angell

Rykodisc

CD Baby

 

 

THE KENNEDYS

“Half A Million Miles”

(Appleseed / Music & Words)

(3,5) J J J J

 

 

“Half A Million Miles”, de titel van het nieuwe album van het muzikale echtpaar Pete en Maura Kennedy, verwijst tegelijk naar de afstand die ze de jongste tien jaren al tourend aflegden en naar het gelijknamige liedje waarin ze hun eerste ontmoeting in juni van ‘92 in de Continental Club in Austin bezingen. Op hun achtste, hun debuut voor Appleseed Recordings, laten de twee - zoals we dat ondertussen al een beetje van hun gewoon zijn geraakt - de hoogdagen van de lekker jengelende gitaartjes weer herleven. Met een bijzonder geslaagde mélange van elementen uit folk, rock, country en pop gedragen door hun rinkelende gitaren – met name dan de 12-snarige Rickenbacher van Pete – en hun prachtige samenzang vormen de Kennedys zo’n beetje de ontbrekende schakel tussen acts als The Byrds en The Everly Brothers. Met tien eigen liedjes en covers van Richard Thompsons “How Will I Ever Be Simple Again?” en Bob Dylans “Chimes Of Freedom” illustreert het duo op overtuigende wijze zo ongeveer op de top van zijn kunnen te zijn aanbeland. “Half A Million Miles” en “Everything’s On Fire” zijn zo twee met interessante teksten uitgeruste knipogen naar het oeuvre van The Byrds, het poppy “Namaste” (vertaling: het goddelijke in mij herkent het goddelijke in jou) ontleende zijn titel en inhoud aan een mysterieuze begroeting in een lokale sushi bar, “Midnight Ghost” heeft iets met zowel folk als klassieke country, “Live” en “Listen” zijn prachtige ballades met (licht) religieuze inslag en “9th Street Billy” trekt de aandacht door een voorzichtig bossa nova-ritme.

Als dat schijfjes van dit kaliber blijft opleveren, dan mogen The Kennedys er wat ons betreft alvast minstens nog eens tien jaar bovenop doen.

The Kennedys

Appleseed Recordings

 

 

DAVIN JAMES

“Live!”

(Bullnettle Records)

(3,5) J J J J

 

 

Davin James leverde zowat vier jaar geleden met zijn derde CD “Magnolia” één van onze Texaanse all-time favourites af. Daarna werd het echter een beetje stil rond zijn persoontje. Er verscheen nog wel een compilatie met daarop het beste van zijn eerdere albums, maar dat was het dan ook. En toch heeft de met een lekker attractieve gruizige stem gezegende James al die tijd allesbehalve stilgezeten. Zoals zoveel van zijn streekgenoten speelde hij vrijwel avond aan avond de één of andere lokale club plat. Om je een idee te geven van wat je je daarbij precies moet voorstellen is er nu het op 3 en 4 december van vorig jaar in Blanco’s in Houston opgenomen “Live!”, in onze ogen zowat de perfecte verklanking van een doordeweeks avondje-uit “Red, White & Blue-stijl”. De elf nummers lange set illustreert eigenlijk alleen maar wat we al langer wisten, met name dat James naast een kei van een zanger en een prima songsmid ook een uitstekende gitarist is, die niet graag een keuze maakt tussen zijn twee favoriete genres. Naast een flinke portie singer-songwriter country / Texicana (“The City Beat Me Back Home”, “Guadalupe Days”, “Magnolia”, “Real Good Night”, “Ten Foot Pole”) bevat “Live!” dan ook een kingsize portie Lone Star State blues van het betere soort: gaande van een stel stoere roadhouse blues rockers à la “I Know A Little”, “Dog Days Blues” en “Dirty Work” tot een fraaie cover van Jimi Hendrix’ “Red House”, dat hier uitgroeit tot een soulvolle sleper in de beste Texaanse traditie. Ook van de partij: het ooit nog door Gary P. Nunn opgenomen “Back In The Swing” (“A swing thing, maar dan wel zonder de gebruikelijke fiddle en steel…,” aldus James zelf) en het flink (country)rockende anthem “Red White & Blue”. Ruim genoeg voor een zeer onderhoudende plaat!

Davin James

CD Baby

 

 

THE MORELLS

“Think About It”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

Lou Whitney geniet in onze kontreien eerder bekendheid als producer van andermans platen dan voor zijn eigen – nochtans behoorlijk indrukwekkende – oeuvre. In zijn thuisland Amerika liggen de kaarten enigszins anders. Vaktijdschriften als No Depression liepen er in het verleden behoorlijk hoog op met de albums van zowel The Morells als die van hun alter ego The Skeletons. The Morells, een groep met naast bassist-producer Lou Whitney ook nog gitaarvirtuoos D. Clinton Thompson, toetsenist Dudley Brown en drummer Ron Gremp in haar rangen, debuteerden al in 1982 met het album “Shake And Push”. Vervolgens zouden er negentien lange jaren vergaan alvorens de heren in 2001 met opvolger “The Morells” uitpakten. Mede daardoor viel hun een serieuze cultstatus te beurt.

Met een bruisende, met de tong diep in de wang geplant gebrachte cocktail van roadhouse rockabilly, garage rock, R&B, hillbilly swing, comedy en surf songs mikken de Morells vooral op de been- en lachspieren. Dat blijkt ook weer op de zopas verschenen derde CD van de groep, “Think About It”. Een slome R&B-versie van Chuck Berry’s “Nadine”, een wervelende pianogestuurde fun-countryrockversie van het van de Delmore Brothers bekende “Girls Don’t Worry My Mind”, een met leuke handclaps versierd poppy “Ain’t My Day”, onderkoeld gebrachte twangy parlando country à la “Guitar Man”, swingende rockabilly met het grappige “She’s Gone”, de op een lekkere baslijn dansende rocker “Ups & Downs”, het jazzy hondenliedje “How Come My Dog Don’t Bark”, de high speed swing gitaarinstrumental “Popbelly”, het zonnige, een “Sir Douglas Quintet meets Squeeze and Nick Lowe-gevoel” uitstralende “Cool Summer”, de stevige gitaarrocker “Get What You Need” en het zo uit de jaren zestig weggelopen meezingertje “Let’s Dance On”, waarin opnieuw zo’n typisch Sir Douglas Quintet-orgel opduikt om onder een dikke laag soul en Merseybeat een aardig eindje weg te swingen,… Aan diversiteit bepaald geen gebrek hier! Let the party begin!

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

VAL ESWAY + EL MIRAGE

“Lovers Losers Liars”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Never judge a book by the cover, nergens lijkt deze uitdrukking beter tot haar recht te komen dan in Muziekland. Ga voor jezelf maar eens even na, hoeveel uitstekende platen je al zou hebben laten schieten, mocht je je hebben laten afschrikken door een foeilelijke hoes. Juist, ja…

Waarom deze inleiding zal je je afvragen? Welnu, precies omdat “Lovers Losers Liars”, het ronduit verbluffende debuut van Val Esway + El Mirage, zo’n weinig aantrekkelijk jasje aangemeten kreeg. Absoluut niks tegen de DIY-aanpak, maar dit gaat toch wel heel erg ver. Een low low budget inlay “opgevrolijkt” met een streepje aluminiumfolie verpakt in een plastic hoesje – opvallend, dat zeer zeker, maar dan wel om de verkeerde redenen…

Met Esways muziek is gelukkig niets mis. Wel integendeel! Door een deelname aan de ICS (Immersion Composition Society), die elke deelnemer voor de voor een buitenstaander wat bizarre taak plaatst om zoveel mogelijk liedjes per dag te schrijven en in te blikken, kon de zangeres bij het kiezen van geschikt materiaal voor haar eersteling beschikken over meer dan 150 songs. Een waar luxeprobleem dus. En dat ze desondanks toch opteerde voor een EP siert haar. Na eerdere avontuurtjes met groepen als Ramona The Pest en Loretta Lynch lijkt Esway zich ten volle bewust van het feit dat minder vaak juist meer is. Beter een uitstekende mini dan een halfbakken full length, moet ze gedacht hebben. En “Lovers Losers Liars” staat dan ook als een huis. De werkelijk van naadje tot draadje van melancholie doordrongen plaat teert naast op de heerlijke stem van Esway zelf – beetje Kristi Rose, beetje Neko Case, beetje Eleni Mandell – voornamelijk op delicate (twangy) gitaarinterventies, subtiele fiddle-bijdragen en behoedzaam voorbij schuifelende drums. Zelf spreekt Esway in verband met haar liedjes van “torch tales, hillbilly lullabies, murder ballads and lowdown blues” of “Ameri… kinda” en daar kunnen wij ons eigenlijk perfect in vinden. Als de Cowboy Junkies in een vlaag van zinsbegoocheling ooit op zoek gaan naar hun roots, dan zal het resultaat van die queeste wellicht in het verlengde van wat hier gebeurt liggen. Een verrassing van het allerprettigste soort is het alleszins.

Val Esway + El Mirage

CD Baby

 

 

BRIAN CAPPS

“Walk Through Walls”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Samen met Stevie Newman vormde Brian Capps jarenlang de creatieve spil van de elders op deze pagina eveneens besproken Domino Kings. Na de bijzonder lovend onthaalde CD’s “Lonesome Highway” uit ’99 en vooral ook “Life & 20” uit 2000 verliet de zanger-bassist-songwriter echter de groep. En als je de destijds op volle toeren draaiende geruchtenmolen geloven mag, dan gebeurde dat niet zonder de spreekwoordelijke slag of stoot. Wat er ook van zij, tijd heelde zoals vrijwel steeds alle wonden en dus treffen we het solodebuut van Capps netjes naast de nieuwe platen van The Domino Kings en zijn streekgenoten van The Bel Airs en The Morrells aan in een onder de noemer “Big Noise From Springfield” ingezet zomercharmeoffensief van het de jongste maanden opvallend rustig gebleven Hightone-label. In een productie van Lou Whitney en begeleid door diens band The Morells presenteert Capps een collectie honky-tonk- en rockabillydeunen die in niets hoeft onder te doen voor zijn werk met The Domino Kings. Naast zeven eigen liedjes eigent hij zich daarop verder ook Rodney Crowells “Standing On A Rock” (een lap vinnige rockabilly) en Merle Travis’ “The Devil To Pay” (klassieke country Cash style) en “Dark As A Dungeon” (trage country rock) toe. Dankzij zijn lenige lage tenorstem groeit hij in nummers als het op een crunchy gitaartje geënte melodieuze countryrockertje “The Bottom”, het swingende “Next Time”, het volop aan zijn Domino Kings-tijd herinnerende “True Liar”, de gevoelige retro ballad “Walk Thru Walls”, de religieus getinte hillbilly rocker “God Knows Why” en het rockabilly-eske “I Wouldn’t Say That’s Living” zowat uit tot de perfecte kruising van (voorbeelden als) Cash, Owens, Williams en Holly. Een gelijktijdige aanschaf van “Some Kind Of Sign”, de nieuwe van zijn voormalige groep The Domino Kings, en “Walk Through Walls” valt dan ook te overwegen. Laat je daartoe overtuigen door de bovenstaande luistertips, je zal het je vast niet berouwen…

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

TODD THIBAUD

“The Best Of” (CD/DVD)

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Het Duitse Blue Rose Records viert dit jaar zijn tienjarig bestaan en dat doet het ondermeer met een reeks “Best Of”-albums gewijd aan de vaandeldragers van het label. Tot deze laatsten behoort uiteraard ook de Amerikaanse singer-songwriter / rootsrocker (Lekker gruizige stem!) Todd Thibaud. Hij krijgt zijn beurt met een in een fraai digipack gehuisvest tweetal bestaande uit een 77 minuten durende CD met de beste momenten van zijn vier studioplaten voor zijn huidige Europese werkgever (“Favorite Waste Of Time”, “Little Mystery”, “Squash” en “Northern Skies”) aangevuld met twee voorheen niet verkrijgbare “alternative mixes” - van respectievelijk “Last Thing That I Need” en “Finer Things” - en een DVD met daarop een in december van vorig jaar geregistreerde unplugged set met naast acht eigen liedjes ook een leuke versie van Bob Dylans “You Ain’t Going Nowhere”. Bijzonder multi-functioneel geheel dus, deze “Best Of”. Naast een ideale instapper voor niet-ingewijden in het oeuvre van Thibaud is het een uitstekende vitaminekuur voor lange, slopende autoritten en dankzij de extraatjes en het gefilmde gedeelte natuurlijk ook een onontbeerlijke crowd pleaser voor ’s mans fans. Warm aanbevolen derhalve dan ook, al is dat bij deze temperaturen natuurlijk niet al té moeilijk…

Todd Thibaud

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

THE DOMINO KINGS

“Some Kind Of Sign”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Altijd al een zwak gehad voor dit countryrockend viermanschap uit Springfield, Missouri. Tussen 1999 en 2002 wisten de heren ons tot driemaal toe moeiteloos in te pakken met respectievelijk hun debuut “Lonesome Highway”, de razend knappe opvolger daarvan “Life & 20” en hun tot dusver laatste CD “The Back Of Your Mind”. Wijzigingen in de personeelsbezetting van de groep en labelproblemen zorgden ervoor dat hun vierde worp ruim drie jaar op zich zou laten wachten. Maar gelukkig betekende uitstel in dit geval geen afstel! Met elf nieuwe originals van de hand van frontman Stevie Newman, de overige bandleden en een stel dichte vrienden stalen ze immers vrijwel ogenblikkelijk weer het hart van deze liefhebber van in traditie gewortelde country met een hoog honky-tonk en rockabilly-gehalte. Songs als het Rodney Crowell-achtige “Dark Side Of The Moon”, de pure Bakersfield retro twang van “It’s All Over But The Crying”, het vinnig (country)rockende titelnummer “Some Kind Of Sign”, de ballads “A Million Miles From Here” en “Bridges I’ve Burned” en het op een voorzichtige rockabilly-beat deinende “Pain In My Past” maken het bijzonder moeilijk om dit wederom door Lou Whitney geproduceerde album zomaar links te laten liggen. En geloof ons vrij, liefhebbers van acts als de Derailers, BR549 en de Gin Palace Jesters zouden dat sowieso beter niet doen. Dit is immers spek naar hun bek.

Domino Kings

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

RUBY DEE & THE SNAKEHANDLERS

“Five For The Road”

(Snakebite)

(3,5) J J J J

 

 

Van Danielle “Ruby Dee” Philippa (zang) en haar verder uit Allen Terhune (pedal steel), Pete Smith (bas), Lewis Warren (drums) en Jorge Harada (gitaren) bestaande Snakehandlers belandden onlangs liefst twee puike EP’tjes op onze schrijftafel. Het ene – Voorlopig? – enkel bestemd voor promotionele doeleinden, het andere, “Five For The Road”, kan je je gewoon online aanschaffen. En als je houdt van retro style country hier en daar gekruid met een snuifje rockabilly en rock(& roll) dan verdient het aanbeveling om dat te doen ook. Met een dijk van een countrystem die ergens op het kruispunt tussen Wanda Jackson, Maria McKee, Loretta Lynn en Dolly Parton dient te worden gesitueerd weet Philippa immers behoorlijk indruk te maken. Met vijf – Plus de drie van het andere schijfje! – eigen liedjes verdient ze zich een plaatsje tussen vergelijkbare acts als de Bellyachers, de Demolition String Band, Lone Justice en aanverwanten. Voorwaar geen slecht gezelschap als je het ons vraagt.

Ruby Dee & The Snakehandlers

 

 

THE BILLS

“Let Em Run”

(Borealis Records)

(4,5) J J J J J

 

 

Deze knapen moeten zowat één van de best bewaarde rootsmuziekgeheimen van Canada zijn. De voorheen als The Bill Hilly Band door het leven stappende Bills worden in eigen land in kennerskringen terecht op handen gedragen. Hun ronduit verbluffende derde CD “Let Em Run” – Hun eerste onder hun nieuwe naam! – werd er zelfs genomineerd voor de prestigieuze JUNO Award voor Roots / Traditional Album Of The Year. En dat hoeft in het geheel niet te verwonderen, als je weet dat The Bills eigenlijk kampen met een soort van luxeprobleem. Met Marc Atkinson (mandoline, tenor banjo, gitaar, piano, zang), Adrian Dolan (violen, accordeon, piano, mandola, zang) en Chris Frye (gitaar, zang) heeft het verder uit Glen Manders (bassen, five-string banjo, zang) en Jeremy Penner (fiddles) bestaande vijftal immers liefst drie keien van songwriters aan boord. Die drie laten zich bovendien stilistisch gezien amper beperkingen opleggen. Schijnbaar moeiteloos pendelen ze heen en weer tussen het muzikale erfgoed van hun eigen land, een brede, veelkleurige waaier aan Europese stijlen (gaande van Ierse folk tot cabaret en chanson), Amerikaanse rootsmuziek – met in de eerste plaats bluegrass – en zelfs Latijns-Amerikaanse ritmes. Wat daarbij uit de bus komt klinkt als een iets meer folkgeoriënteerde uitvoering van The Band. Liedjes als het op een zomers accordeon en een poppy bluegrassritme rondhuppelende titelnummer, het melancholische, voor zijn inspiratie duidelijk tot bij onze Franse zuiderburen afgedaalde instrumentaaltje “The Traveler”, een werkelijk wonderschone rootsy (jazzy) versie van de standard “Stardust” en de ook al onweerstaanbare, op een verslavende cajun beat geënte meezinger “Nowhere To Be (And All Day To Get There)” getuigen van uitzonderlijke klasse. Slechts één advies in dit geval dan ook: kopen die handel!

The Bills

Borealis Records

 

 

HAYSEED DIXIE

“A Hot Piece Of Grass”

(Cooking Vinyl / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

Aangezien die van Hayseed Dixie voor hun kruisbestuiving van rock, hillbilly en bluegrass blijvend kunnen terugvallen op een serieuze backcatalogue aan klassieke pop en rock songs heeft het er alle aanschijn van dat we nog wel enkele jaren met hen opgezadeld zitten. Na ondermeer AC/DC, Queen, The Cars en Kiss krijgen ditmaal Led Zeppelin (“Black Dog” en “Whole Lotta Love”), Black Sabbath (“War Pigs”), Van Halen (“Running With The Devil”), Neil Young (“Rockin’ In The Free World”), Green Day (“Holiday”) en Franz Ferdinand (“This Fire”) een rockgrass-dwangbuis aangemeten. Laag overvliegende fiddles, banjo’s en mandolins onder de grommende stem van John “Barley Scotch” Wheeler, die zich zoals steeds met veel bravoure een weg baant doorheen een stel in het collectieve bewustzijn gegrifte liedjes, het nieuwe mag er ondertussen al een beetje af zijn, het blijft allemaal hoogst aanstekelijk. Ook knap: de wervelende benadering van het uit John Boormans film “Deliverance” bekende en nog door de vader van groepsleden Don Wayne en Dale Reno gepende “Dueling Banjos”. Verder valt het vooral op, dat de heren ditmaal met opvallend meer eigen materiaal uitpakken dan we van hen gewoon zijn. Wellicht zijn ze er zich dus ook zelf van bewust, dat een novelty act als Hayseed Dixie – Hoe leuk ook! – geen eindeloos leven beschoren is. Zelfkennis als het begin van alle wijsheid of zoiets…

Hayseed Dixie

Cooking Vinyl

Bertus

 

 

ADAM CARROLL

“Far Away Blues”

(Blue Corn Music)

(4) J J J J

 

 

De jonge Adam Carroll is zowat de Tom Boonen van het ontzagwekkende peloton Texaanse singer-songwriters, dat in de voetsporen van illustere voorgangers als een Guy Clark of de betreurde Townes Van Zandt probeert te treden. Hét grote talent, dat door zowat iedereen met argusogen gevolgd wordt… Voeg aan dat lijstje volledigheidshalve nog de namen van andere grijze eminenties als een John Prine en een Bob Dylan toe en je weet ook perfect in welk hoekje je de knaap dient te zoeken. Vergelijkingen met die groten uit het genre houden echter op bij de natuurlijke flair waarmee de youngster zich uitlaat over de alledaagse dingen des levens. Alleen de écht groten in het vak zouden uit voor anderen gewoon vanzelfsprekend lijkende situaties immers ook een collectie sprankelende liedjes zoals deze op “Far Away Blues” kunnen distilleren. In het gezelschap van de inmiddels tot zijn vaste producer uitgegroeide Lloyd Maines doet Carroll dat ditmaal bovendien nog met net iets meer zorg dan voorheen. Vooral dan met betrekking tot de aankleding van zijn liedjes, die duidelijk met wat meer zin voor detail gebeurde. Het gebruik van instrumenten als een piano, een cello, een trompet, een Hammond B3, een altsaxofoon en een dobro vormen een welgekomen aanvulling op het gebruikelijke akoestische gitaar- en fiddle-palet. Gastoptredens van collega’s Terri Hendrix en Ray Wylie Hubbard doen de rest. Vooral deze laatste maakt een opgemerkte verschijning in het samen met Carroll gepende en als duet gebrachte “Last Day Of Grace”. Warm aanbevolen!

Adam Carroll

Blue Corn Music

 

 

SIXTY ACRES

“Banjos And Sunshine”

(Dren Records)

(3,5) J J J J

 

 

Het alt. country-genre mag zich de jongste jaren verheugen in een alsmaar toenemende populariteit. En een prettig gevolg van die steeds groter wordende belangstelling is een al even gestaag op gang komende stroom aan heruitgaves van albums van acts die al wat langer in het vak zitten. Zo is er nu weer een ge-upgrade versie van “Banjos And Sunshine”, het al uit 1999 daterende debuut van Sixty Acres, een vanuit Baltimore, Maryland opererend collectief rond singer-songwriter Matt Felch. Op die eersteling pakten Felch en zijn kornuiten indertijd uit met een mooie mix van catchy ruige rockertjes en beklemmende ballads. Hun sterkste troeven waren daarbij de beurtelings aan Jay Farrar en aan Peter Holsapple herinnerende vocalen van Felch zelf en het twangy gitaarwerk van de inmiddels zelf al flink aan de weg timmerende Mark McKay en Niall Hood. In afwachting van de in de herfst van dit jaar te verschijnen derde CD van de heren kunnen hun fans en andere geïnteresseerden hun dorst alvast even laven aan de zes extra liedjes die aan de originele uitvoering van “Banjos And Sunshine” werden toegevoegd. Liefhebbers van bijvoorbeeld de Jayhawks, Uncle Tupelo, het jonge Wilco en Son Volt hebben aan deze rootsy rock vast een flinke kluif.

Dren Records

Miles Of Music

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Classic Bluegrass Vol. 2” / “Classic Southern Gospel”

(Smithsonian Folkways Recordings / Music & Words)

(4) J J J J / (3) J J J

 

  

 

Smithsonian Folkways is de jongste decennia uitgegroeid tot een waar begrip daar waar het de overlevering en instandhouding van tal van Amerikaanse rootsmuziekgenres betreft. Met name de met zorg samengestelde compilaties die het label met enige regelmaat de wereld instuurt verrichten wat dat betreft baanbrekend werk. En dus begroeten we met veel enthousiasme een nieuwe worp bestaande uit de albums “Classic Bluegrass Vol. 2” en “Classic Southern Gospel”. Het eerste breit een vervolg aan een al in 2002 verschenen verzameling gewijd aan 40 jaar klassieke bluegrass in alle mogelijke gedaanten met werk van bekende en minder bekende artiesten als David Johnson, The Country Gentlemen, Half and Half, Hazel Dickens & Alice Gerrard, Eric Weissberg, Nashville Grass, John Hartford, de Lilly Brothers & Don Stover, Bill Monroe & Doc Watson, de Red Clay Ramblers en tal van anderen. Ruim 72 minuten van de best denkbare bluegrass, bovendien voorzien van een 32 pagina’s tellend booklet boordevol nuttige randinformatie. Een aanrader van formaat durven we zoiets te noemen.

Nummer twee is een showcase voor het beste op het vlak van bluegrass en country gospel door de jareen heen. Bill Monroe & The Bluegrass Boys, Dock Boggs, Red Allen, The Lilly Brothers, Hazel & Alice, The Country Gentlemen, The Allen Brothers, The Watson Family en Harry & Jeannie West zijn zowat de bekendste namen die we erop aantreffen. Samen met tal van – voor ons althans – mindere goden zoals de Indian Bottom Association Of Old Regular Baptists of de Debusk-Weaver Family mogen zij hier demonstreren dat van de religieus geïnspireerde muziek uit het diepste Zuiden van de States vaak een zekere tijdloze frisheid afstraalt. Geen “mummelende pastoors” hier, zoals Raymond van het Groenewoud de lokale kerkvaders ooit treffend beschreef in zijn “Liefde Voor Muziek”, maar “passie elk uur”. En ook in dit geval doen ruim 28 pagina’s aan liner notes het nodige om je de vereiste kennis van zaken bij te brengen. En wie zou daar in godsnaam iets op tegen kunnen hebben?

Smithsonian Folkways

Music & Words

 

 

STACEY EARLE & MARK STUART

“S & M Communion Bread”

(Funzalo Records)

(3,5) J J J J

 

 

Altijd weer een plezier om te horen – En dat is ook ditmaal niet anders! – zijn de platen van het multi-getalenteerde echtpaar Stacey Earle en Mark Stuart. Het zusje van de Hardcore Troubadour en haar levensgezel besloten vanaf “Never Gonna Let You Go” uit louter praktische overwegingen – Gedaan met de lange, geografisch beïnvloede scheidingen van tafel en bed! - aan één en hetzelfde muzikale verhaal te gaan schrijven en dat heeft de twee tot dusverre geen windeieren gelegd. “S & M Communion Bread” - na een stel solo-albums en de live-dubbelaar “Must Be Live” hun tweede reguliere CD samen - consolideert de goede roep die het koppel inmiddels geniet. Zonder daardoor nu meteen op eenzelfde impact als andere duo’s als laat ons zeggen een Buddy en een Julie Miller of recenter nog een Sarah Lee Guthrie en een Johnny Irion aanspraak te mogen maken illustreert het koppel over een stel geoefende pennen te beschikken en bewijst het op meer dan één vlak complementair te zijn. Z’n liedjes rond vrij alledaagse thema’s als de liefde, de eigen familie, vreugde, verlies en “andere ongemakken”, gebed in een grotendeels akoestische folk-/gospel-/country-omgeving, laten zich categoriseren als luistermuziek van het betere soort. Luister bijvoorbeeld maar eens naar de een zekere hang naar de vroege seventies etalerende ontsnappingspoging uit de sleur van alledag die “Oh, Well” is, naar het van een jazzy ondertoontje voorziene “Are You Ready?”, naar het ogenschijnlijk uit de bluesklei getrokken “Around The Back” of de gospel pur van “When I Walk Alone”. Enigszins vreemde eenden in de bijt zijn de speelse, door Stuart aangedragen pick & grin instrumental “Walkin’ With Travis” en de a capella gebrachte afsluiter “The Old Gospel Ship”.

Stacey Earle & Mark Stuart

Funzalo Records

Miles Of Music

 

 

JOEL RAFAEL BAND

“Woodyboye”

(Songs Of Woody Guthrie (And Tales Wort Telling) Volume II)

(Appleseed Recordings / Music & Words)

(3,5) J J J J

 

 

“Woodyboye – Songs Of Woody Guthrie (And Tales Worth Telling) Volume II” van de Joel Rafael Band doet in menig een opzicht denken aan de “Mermaid Avenue”-samenwerkingen van Billy Bragg en Wilco. Ook Rafael, een folkmuzikant voor het leven met een meer dan gemiddelde belangstelling voor het werk van Woody Guthrie en andere folklegendes, werd door Nora Guthrie, Woody’s dochter en beheerster van ’s mans archieven, immers bedacht met een aantal door haar vader geschreven liedjesteksten die nog niet op muziek werden gezet. Dat materiaal, aangevuld met één eigen original (het Tom Russell-achtige “Sierra Blanca Massacre”), het door Billy Bragg getoonzette “Way Over Yonder In The Minor Key” en een stel afgewerkte Guthrie-songs, vormt de essentie van dit nieuwe, als eerbetoon aan Rafaels grote voorbeeld opgevatte album. Allesbehalve een kwestie van louter epigonisme trouwens, dat “Woodyboye”. De met een ’n weinig aan John Prine herinnerende stem gezegende Rafael en de zijnen springen in het gezelschap van een heel bataljon bekende gasten erg creatief om met Guthries muzikale nalatenschap. Gastvocalisten als Arlo Guthrie, Jackson Browne, Jimmy LaFave, Jennifer Warnes en de Burns Sisters en al even gewaardeerde muzikanten als Van Dyke Parks (accordeon, piano), Will Landin (bas), Matt Cartsonis (banjo, mandola, slide), Mauricio Lewak (drums, percussie) en Ruslan Biryukov (cello) helpen om “Woodyboye” te laten uitgroeien tot een schoolvoorbeeld van een “tip of the hat” aan het adres van een idool. Het is een album geworden dat zeker de fans van artiesten als het al eerder vermelde tweetal Russell en Prine, een Guy Clark, een Jimmie Dale Gilmore en natuurlijk ook de grote Guthrie zelf zich niet mogen laten ontgaan. Klasse-liedjes als “Sierra Blanca Massacre”, “Two Good Men” of “Circle Of Truth” – met een heerlijke accordeonbijdrage van Van Dyke Parks – mogen wat ons betreft immers onmiddellijk worden gecategoriseerd onder de noemer “superieure Americana”.

Joel Rafael Band

Woody Guthrie

Appleseed Recordings

Music & Words

 

 

SHANE ALEXANDER

“The Middle Way”

(Buddhaland Music / Lucky Dice)

(3,5) J J J J

 

 

Al mag het met de naambekendheid van Shane Alexander in de Lage Landen vooralsnog dan ook nog eerder pover gesteld zijn, een rookie in het vak kan je de in San Diego geboren en in Maryland en Pennsylvania getogen muzikant bezwaarlijk noemen. Met rockbands als Young Art en – het in de States – relatief succesvolle Damone nam de zanger-gitarist al verschillende platen op en dankzij een bijjob voor een groot managementsbureau, waardoor hij de kans kreeg om te werken voor kleppers als de Eagles, Los Lobos en Lucinda Williams, heeft de muziekwereld maar weinig geheimen meer voor de man.

Nadat Damone er begin 2003 het bijltje bij neerlegde, ging Alexander zich toeleggen op het schrijven van liedjes en een eigen carrière als singer-songwriter. Het eerste resultaat daarvan was een solo 4-track EP die nog binnen hetzelfde jaar verscheen. Echt menens wordt het nu met “The Middle Way”, zijn eerste volwaardige langspeler onder eigen vlag. Op dat onder de productionele hoede van de ondermeer door zijn werk voor Emmylou Harris en Eric Clapton bekende Rogers Masson opgenomen visitekaartje presenteert Alexander zich niet enkel als een eersteklas songsmid maar ook als een uitstekende gitarist en dito zanger. Hij doet daarbij geregeld denken aan andere veelbelovende youngsters als een Damien Rice, een Chris Stills en een Brian Webb. Ja, zelfs een vergelijking met wijlen Jeff Buckley gaat hier en daar op. In zijn bijzonder melodieuze liedjes vallen elementen uit pop, rock en Americana elkaar ongegeneerd in de armen, wat leidt tot een zeer radiovriendelijk geheel, dat echt elk beetje aandacht dat het kan krijgen verdient. Uitschieters op dit in zijn totaliteit bijzonder geslaagd te noemen album zijn wat ons betreft het catchy, mede door de knappe celloversieringen van Kevan Torfeh gedragen popdeuntje “Black Tar”, het akoestische “Valentine”, het zowat van weemoed overlopende “One Track Mind” en de werkelijk bloedmooie afsluitende break-up song “I’m Not The One”. De ultieme link naar Alexanders rockverleden wordt gelegd met de ook al sublieme verborgen bonus track, waarin hij als een bezetene tekeergaand op de slidegitaar zelfs even probeert Sonny Landreth naar de kroon te steken.

Shane Alexander

Lucky Dice Music

 

 

ADRIENNE YOUNG & LITTLE SADIE

“The Art Of Virtue”

(Addiebelle Records)

(4) J J J J

 

 

Zondermeer één van de mooiste platen van het ogenblik is “The Art Of Virtue”, de tweede van Adrienne Young & Little Sadie. Young liet zich in de nadagen van de jongste presidentsverkiezingen in de States voor dat album inspireren door Ben Franklins “Thirteen Virtues” en door “verhalen van een ouder en wellicht ook wijzer Amerika”. Net zoals ook Steve Earle dat op z’n jongste deed probeert ze er ons van te overtuigen, dat we de wereld wel degelijk kunnen veranderen door alvast te beginnen in onze eigen spreekwoordelijke achtertuin. Want, zo orakelt ze, elke keuze die we in dit leven maken – hoe klein ook – heeft bepaalde consequenties, de ene al zwaarder dan de andere. “Come and join this revolution / Made of action, not of words / Practicing the Art of Virtue,” luidt het opruiend in het titelnummer van het album, het soort van prima poppy old-time bluegrassdeun, waarop Young zo stilaan wel een patent lijkt te hebben. Al moet je daaruit nu ook weer niet meteen gaan afleiden, dat ze gemakkelijk voor één enkel gat te vangen is. In een medley van de traditionals “Bonaparte’s Retreat” en “My Love Is In America” schuilt zo bijvoorbeeld een flinke dosis Ierse folk, het verhalende “Rastus Russell” moet het hebben van een wat aparte bluesy feel en “Wedding Ring” heeft mede door een wulpse knoppenaccordeonbijdrage van Fats Kaplan iets met cajun. En voorts zijn er ook nog de geactualiseerde bluegrass gospel standards “Farther Along / Billy In The Low Ground” en een ingetogen en respectvolle kijk op “Brokedown Palace” van de Grateful Dead. Het zijn echter vooral enkele van Youngs eigen liedjes die de show hier stelen. “Hills & Hollers” (over de geleidelijke teloorgang van ruraal Amerika), “Jump The Broom” (over één van de vele surrogaat-huwelijksrituelen stammend uit de tijd toen het voor Afro-Amerikanen wettelijk gezien nog onmogelijk was om met elkaar te trouwen) en vooral ook het biografisch opgevatte “Pretty Ella Arkansas” laten een bijzonder zelfbewuste jonge schrijfster aan het woord, die duidelijk nog een stralende toekomst voor zich heeft. Voeg daar nog aan toe de muzikale gastbijdragen van ondermeer haar maatje Will Kimbrough (leadgitaar, banjo, resonator, zang), Fats Kaplan (knoppenaccordeon, pedal steel), Dave Jacques (bas), Eric Merrill (fiddle) en de van Del McCoury’s band bekende Mike Bub (bas) en Rob McCoury (banjo) en het zal wellicht geen verder betoog meer behoeven, dat deze plaat gewoon af klinkt. Warm aanbevolen derhalve dan ook!

Adrienne Young & Little Sadie

Miles Of Music

 

 

PATTY GRIFFIN

“Impossible Dream”

(Proper Records / ATO / Munich)

(4,5) J J J J J

 

 

Patty Griffin evolueerde de jongste jaren aan een gestaag tempo van poppy songstress tot één van de vrouwelijke vlagschepen van het actuele alt. countrygebeuren. Dat gegeven in het achterhoofd houdend valt het nauwelijks te begrijpen, dat het ruim een jaar geduurd heeft alvorens een platenfirma zich geroepen voelde haar heerlijke jongste CD “Impossible Dream” ook hier een kans te gunnen. Dankzij het Engelse Proper Records is het nu eindelijk zo ver. En met een alleraardigste bonus als kers op de taart bovendien. Aan het oorspronkelijke album werden immers drie samen met de grote Emmylou Harris in het vermaarde Ryman Auditorium in Nashville vertolkte nummers toegevoegd. Het betreft het voorzichtig (country)rockende “Chief” en de ballad “Rain” – beide ook al terug te vinden op Griffins CD “1000 Kisses” – en het rootsy, met een cajun-sausje overgoten “Truth #2”. Dit trio vormt een gedroomde aanvulling op een an sich ook al ronduit excellent album, waarop Griffin ondermeer in het gezelschap van dezelfde Emmylou Harris, Buddy & Julie Miller, Michael Ramos, Ian McLagan, JD Foster en Lisa Germano kwistig in het rond strooit met hoogst persoonlijke liedjes die het beste van folk, pop en Americana in zich verenigen. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het met zo’n typisch Lanois-gitaartje gezegende “Useless Desires” en huiver. Wereldplaat gewoon!

Patty Griffin

Proper Music

Munich Records

 

 

JEFF BLACK

“Tin Lily”

(Dualtone / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

Het heeft er alle aanschijn van, dat de via Kansas City in Nashville verzeild geraakte singer-songwriter Jeff Black er schoon genoeg van heeft om zijn dagen in relatieve obscuriteit te slijten. Het lijkt erop, dat hij alle lofbetuigingen die zijn vorige drie albums (“Birmingham Road” uit 1998 en “B-Sides And Confessions, Vol. 1” en “Honey & Salt” uit 2003) te beurt vielen nu wel eens vertaald wil zien naar een wat vetter gespekte bankrekening en wat meer naambekendheid. Hoe moet je het nieuwe charmeoffensief dat met “Tin Lily” wordt ingezet anders duiden? Black trok een fameus blik muzikale gasten open en deed voor de opnames van zijn nieuwe album een beroep op de semi-legendarische Billy Sherrill. Zo zijn ondermeer van de partij voormalig Johnny Cash-bassist Dave Roe, ex-Steve Earle-drummer Craig Wright en gitaristen Will Kimbrough (Rodney Crowell, Jimmy Buffett, Adrienne Young) en Kenny Vaughan (Lucinda Williams, Kim Richey). Vocale bijstand is er voorts ook nog van Kate Campbell en Matthew Ryan. Behoorlijk indrukwekkend allemaal, niet?

“Tin Lily” zou voor Black dan ook wel eens de plaat van buigen of barsten kunnen blijken. Zijn liedjes klinken alvast iets “verzorgder” dan dat in het verleden het geval was. Met die karakteristieke, aangenaam ruige stem van ‘m kneedt hij songs als “Hollow Of Your Hand” of “Nineteen” tot poppy Americana die pakweg op de playlists van onze vaderlandse trots Radio 1 niet zou misstaan. Elders – zoals in opener “Easy On Me” of het lekker venijnig (country/roots) rockende “Libertine” – houdt hij het dan weer allemaal nog wat authentieker. Het resultaat is een album dat zowel bij liefhebbers van pakweg een Bruce Springsteen of een Steve Earle als bij die van een Randy Newman of een Bob Dylan in de smaak zou moeten kunnen vallen.

Jeff Black

Bertus

 

 

PRECIOUS BRYANT

“The Truth”

(Terminus Records / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Draai het of keer het hoe je wil, wij blijven het een wat apart verhaal vinden. Hoeveel artiesten ken je immers nog die al een eindje op weg in de zestig pas debuteren? Juist, ja… Voor een goede verstandhouding, het betreft dan wel een plaatdebuut, want de nu drieënzestig jaar oude Precious Bryant gaat al meer dan een halve eeuw mee als artieste. En als er al iets is, wat “The Truth”, de opvolger van die eersteling van nu goed een jaar of twee geleden, bewijst, dan is het wel dat deze bluesoma nog bijzonder vitaal is. Ze toont zelfs een zekere mate van vernieuwingsdrang, kan je nagaan! Waar haar visitekaartje “Fool Me Good” nog een voornamelijk akoestische country-bluesaangelegenheid was, gordt het kwieke oudje op “The Truth” regelmatig de elektrische gitaar om en gaat ze in het gezelschap van haar zoon Tony (bas), drummer J.D. Mark, gitarist Jake Fussell en producer(-bassist) Amos Harvey op zoek naar de liedjes die haar in haar jeugd radiogewijs beïnvloed hebben. Naar de blues en vroege rock & roll zoals ze die door John R ingelepeld kreeg in diens show “Ernie’s Record Mart” en naar country zoals die in de “Grand Ole Opry” aan bod kwam. “The Truth” bulkt dan ook van de covers: van traditionals zoals “Morning Train”, “Sit Down Servant”, “Last Time”, “Good Night” en “If I Could Hear My Mother Pray” tot blues classics van Willie Dixon en Memphis Minnie. Slechts vier van de veertien gepresenteerde liedjes schudde Bryant zelf uit de mouw. Dat laatste zou je als een puntje van kritiek kunnen opwerpen, maar als iemand zo gepassioneerd met het traditionele erfgoed van een genre omspringt als La Bryant dan knijpen we graag een oogje dicht. Deze uitgebalanceerde mix van seculiere en spirituele country blues is er bij momenten eentje om duim en vingers naar af te likken

Precious Bryant

Terminus Records

Munich Records

 

 

ELLIS PAUL

“American Jukebox Fables”

(Philo / Rounder Europe / Munich)

(2,5) J J J

 

 

Hoe je een radiovriendelijk en ook in andere opzichten best commercieel geluid kan verzoenen met een zekere mate van authenticiteit bewees de hier elders besproken Jeff Black met zijn nieuwe CD “Tin Lily” zopas nog uitvoerig. Hoe je aan je hang naar succes ten onder kan gaan illustreert diens landgenoot Ellis Paul op zijn nieuwe plaat “American Jukebox Fables”. Zijn romantische folk pop klinkt daarop danig glad, dat je er voorwaar even bij gaat vergeten, waarom je in het verleden wel van het werk van de man genoten hebt. Je verliest de storyteller en de poëet in Ellis gewoon uit het oog. Hoofdverantwoordelijke voor dat wat ons betreft al té “wollige” geluid is de “multi-getalenteerde” Flynn. Die nam immers het merendeel van de instrumenten voor zijn rekening, leidde daarnaast de opnames en produceerde de plaat ook. In Pauls voordeel pleit dan weer wel zijn als vanouds zeer behaaglijke voordracht. Met zijn een weinig aan knapen als een Steve Forbert en een Mark Erelli herinnerende stem zal hij allicht altijd wel nieuwe vrienden blijven maken. Dat neemt echter niet weg, dat wij “American Jukebox Fables” als een gemiste kans voor open doel beschouwen. Gewoon je liedjes weer hun werk laten doen, Ellis, dat gaat je veel beter af…

Ellis Paul

Rounder Europe

Munich Records

 

 

IAN PARKER

“… Whilst The Wind – Live”

(Ruf / Munich)

(3) J J J

 

 

Als geen ander beseft de jonge Brit Ian Parker dat mond-aan-mondreclame in het huidige bluescircuit nog altijd de beste garantie op succes biedt. Hij trok de jongste maanden dan ook vrijwel onafgebroken de hort op om zijn kunstjes aan liefhebbers van het genre te etaleren. Tijdens één van die shows op 4 december van vorig jaar in de Bluesgarage in het Duitse Hannover liep de opnameapparatuur mee. En het resultaat daarvan ligt nu onder de vorm van de CD “… Whilst The Wind” in de winkel. De protégé van bluesrocker Walter Trout (“The best band I've seen in a decade - Ian's voice, feel and guitar technique are what his contemporaries can only dream of!”) laat daarop horen niet enkel over een bijzonder soulvolle stem (Think Jeff Healey!) te beschikken, maar ook over een gezonde portie doseringsvermogen. Hij hoeft niet zonodig voortdurend te pronken met zijn – nochtans uitstekende – gitaartechniek, hij speelt louter in functie van het liedje. En zo hoort het eigenlijk ook.

Van het religieus getinte, over een zachte e-pianobegeleiding gebrachte “Power Of The Gospel” (van Ben Harper) over het soulvolle “The Love I Have” of de verbluffend mooie blues slow “It Hurts A Man” tot wat meer up-tempo materiaal à la “The Moral Men” of het lekker funky overkomende “Feeling Whole Again” en een ingenieuze medley van David Crosby’s “Almost Cut My Hair” en Peter Greens “The Green Manalishi”, het stikt hier gewoon van de open uitnodigingen om Parker en de zijnen bij een volgende gelegenheid vooral ook zelf eens aan de slag te gaan zien. Een zaak van “Mission accomplished!” dus zeker?

Ian Parker

Ruf Records

Munich Records

 

 

TERRY ALLEN

“The Silent Majority”

(Terry Allen’s Greatest Missed Hits)

(Sugar Hill / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Het betreft hier de heruitgave van een al uit 1976 stammend en destijds voor Fate Records verzameld album van de bebrilde Texaanse songsmid hors catégorie. Platenlabel Sugar Hill Records blijft dus duidelijk druk in de weer om z’n eerdere belofte om het volledige oeuvre van de man weer beschikbaar te stellen ook daadwerkelijk na te komen. En dat verdient werkelijk alle lof. Allen bekleedt immers een vrij unieke plaats in het Texaanse singer-songwriter-peloton. Al was het maar omdat hij als beeldende kunstenaar in zijn teksten als geen ander zijn gedachten naar voor zijn luisteraars gemakkelijk te visualiseren beelden weet te vertalen. En al gaat het hier dan ook maar om “a compilation of out-takes, in-takes, mis-takes, work tapes, added tos, taken froms, omissions and foreign materials,” zoals hij hij het zelf in de liner notes noemt, toch valt ook deze collectie Allen-deunen warm aan te bevelen. Alleen al het bizarre “I Love Germany”, stammend uit een toneelvoorstelling van Georg Büchners “Leon & Lena” uit ’87, of de jazzy Americana van het aan opper-Talking Head David Byrne’s film “True Stories” ontleende “Cocktail Desperado” zouden moeten kunnen volstaan om elke liefhebber van “het betere lied” op z’n minst aan te zetten tot het beluisteren van deze uitzonderlijk goede kliekjesverzameling.

Sugar Hill Records

Munich Records

 

 

WILL DUPUY

“Doghouse”

(Jug Band Records / Lucky Dice)

(3,5) J J J J

 

 

De naam Will Dupuy zal hier en daar al wel een belletje doen rinkelen, al was het maar omdat de man de contrabas hanteert bij de veelbelovende South Austin Jug Band. En in dat opzicht zou je ook kunnen zeggen, dat de titel van zijn eerste solo-uitstapje goed gekozen is. “Doghouse” is immers het in de States intussen courante koosnaampje voor dat instrument. Anderzijds heeft het echter ook allemaal wel iets misleidends, want Dupuys eersteling voor eigen rekening toont hem als iemand wiens talent het toelaat veel verder te mikken dan een plaatsje op de achtergrond verscholen achter een gigantisch groot instrument. Stilistisch gezien sluit wat op dat visitekaartje staat perfect aan bij wat hij en zijn spitsbroeders al brachten op hun debuut. Noem het maar een geactualiseerde kijk óp en een geslaagde mélange ván country, Western swing, bluegrass, old-time en mountain music. Met uitzondering van een zo ongeveer hetzelfde drukkende gevoel als een loden zon op kleverig asfalt oproepende cover van Townes Van Zandts “Loretta” betreft het daarbij uitsluitend eigen composities. Als uitschieters noteerden wij het lijzige titelnummer, de wervelende bluegrassexercitie “Delirium”, het van de geest van Bob Wills doordrongen “Karma”, “Texas Girls”, een op de benen mikkende swingende lofzang op het lokale vrouwelijke schoon, en het ingetogen, op een streepje accordeon van Cole Philly en wat fiddle-versieringen van z’n voormalige maatje Warren Hood voortkabbelende “Hound Dog”.

Lucky Dice Music

 

 

JACKSON TAYLOR BAND

“Easy Lovin’ Stranger”

(Gaske Records)

(3,5) J J J J

 

 

Countrylegende Billy Joe Shaver noemde zichzelf onlangs niet enkel een vriend maar ook een grote fan van de jonge Jackson Taylor. Met diezelfde Shaver deelt neo-outlaw Taylor naast een aan het ongelooflijke grenzende dadendrang – “Easy Lovin’ Stranger” is al zijn vijfde CD in amper vier jaar tijd! – ook een dezer dagen in het countrygenre nog maar zelden vertoonde “Staat het je allemaal niet aan, dan kan je me lekker mijn kloten kussen!”-mentaliteit. Hij voelt zich goed in zijn vel bij wat hij doet en dat zullen we geweten hebben ook. Succes of niet, hij blijft gewoon onverstoorbaar op zijn manier bezig. Stoere taal, macho pose, sloten drank, geen gebrek aan vrouwen… Willen of niet, je moet ‘m op den duur wel mogen, zo’n knaap.

Op z’n nieuwe CD covert hij als het ware bij wijze van indicatie van wat je te wachten staat “Old Habits” van Hank Williams Jr., Willie Nelsons emotionele trage “It’s Not Supposed To Be That Way” en Shaver (Hé, daar heb je hem ook weer…) z’n “Slow Rollin’ Down”, een over een gemeen uit de hoek komend barpianootje heen swingende countryrocker. De overige acht composities stammen uit Taylors eigen koker. En daarin laat hij de hoogdagen van de Texaanse outlaw country-beweging van weleer weer even volop herleven. Gespierde ballades à la het op een broeierig orgeltje terende “Easter Last Year” en het twangy “Mothers Prayer” worden op “Easy Lovin’ Stranger” afgewisseld met catchy (country)rockertjes (“Tequila Freedom”, het jachtige “Whiskey” en de potentiële hit “Hard Timin’ Love”) en naar Taylors normen eerder bedaard (rootsy) countryspul (het titelnummer, “Tragic” en “Tear Me Down”). Het resultaat is andermaal een album dat liefhebbers van “real country” met een bijzonder warm gevoel zal achterlaten. Om het maar eens met een cliché uit te drukken: Taylor is the real deal! Hoog tijd eigenlijk, dat ook hier een verdeler de schouders onder de carrière van deze knaap zet.

Jackson Taylor Band

 

 

Opgelet!!!!! Voortaan recycleren we onze eerdere besprekingen in een archief!!!!!

 

Klik hier voor de recensies van de maand juni.

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums van:

 

Lynn Miles “Love Sweet Love”Karl Broadie “Black Crow Callin’”Hobotalk “Notes On Sunset” - Blue Highway “Marbletown”Jim Mills “Hide Head Blues” - John Hiatt “Master Of Disaster”Graham Parker “Songs Of No Consequence”The Grascals “The Grascals”Jesse McReynolds & Charles Whitstein “A Tribute To Brother Duets” - Laura Cantrell “Humming By The Flowered Vine”Dwight Yoakam “Blame The Vain”Joshua Black Wilkins “Hellbent & Brokenhearted”The Greencards “Weather & Water”Chelsea Hotel “Don Quijote” - The Cruzeros “Scandalosa”Tim O’Brien & Darrell Scott “Real Time” - Charlie Dore “Sleep All Day And Other Stories”The Harmony Two Tones “The Harmony Two Tones”The Anacondas “Snakin’ All Over”Harrison Kennedy “Voice + Story”Chris Hillman “The Other Side” - The Eric Steckel Band “High Action”Ana Popovic “Ana! Live In Amsterdam” - Caitlin Cary & Thad Cockrell “Begonias”Various Artists “A Tribute To Billy Joe Shaver – Live”Maria McKee “Peddlin’ Dreams”Ongenode Gaste “Zónder Gêne” - The Seatsniffers “Re-Issued 2 – Jubilee”Michael Shelley “Goodbye Cheater”Bianca DeLeon “The Long Slow Decline Of Carmelita”David Massey “Blissful State Of Blue”Camille Te Nahu & Stuie French “Not Without You”Robert Cray Band “Twenty” - Grey DeLisle “Iron Flower”Chip Taylor & Carrie Rodriguez “Red Dog Tracks” - JW Roy “Laagstraat 443”